|
Column
|
|
Altijd heeft hij de pas erin. Overal kom ik hem tegen. Een beetje voorover gebogen beweegt hij zich voort. Alsof hij een duidelijk doel heeft. Maar daarop heb ik hem nog niet kunnen betrappen. Hij groet de mensen en zwaait naar ze. Iedereen lijkt hem te kennen, net als ik. Want ze zwaaien terug en roepen hem een groet achterna. Waar hij gaat, tovert hij een glimlach op gezichten. Iemand schudt zijn hoofd en kijkt hem na, verrast door zoveel vriendelijkheid. Misschien is dat ook wel zijn werk: mensen verrassen met vriendelijkheid, mensen groeten omdat ze mensen zijn. Ik verwacht overigens niet dat hij voor dat werk betaald wordt. Misschien heet hij wel onbemiddelbaar. Ik ben blij dat hij niet werkt (of mag dat soms niet?). Waar zou hij anders de tijd vandaan moeten halen om Stad af te struinen en mensen te groeten? Met zijn vriendelijkheid maakt hij de straat veilig. Nee, een duidelijk doel heeft hij niet. Van hem geldt wat ook wel van pelgrims wordt gezegd: de weg is het doel.
Je zou wensen dat de kerk iets van hem had. Vrolijk en een beetje vreemd. En altijd onderweg naar mensen. Gewoon groeten, zonder iets te moeten. Onbemiddelbaar door de wereld gaan. Maar wat zouden ze haar missen als zij er niet meer was..
|