|
Sinds een jaar hebben we een kat. Maar de merels hebben dat nog niet in hun kleine hersens opgeslagen. Dus werd in de rozenstruik het nest van vorig jaar gerestaureerd. Ze zijn nu (knap laat!) druk met hun tweede kroost van dit jaar. Je hoort langzamerhand het gepiep van de jonger sterker worden. De kunst is dan om op het juiste moment de kat voor een aantal dagen binnen te houden om de jongen een kans te geven. Net voor de jongen uit hun nest kukelen. Want mereljongen vliegen niet uit, ze kukelen uit. Deze keer waren we te laat. De kat bracht onder hels kabaal van de ouders een van de jongen binnen. Huis op stelten! Wie pakt het jong en zet het terug? (Het was nog heel) Het werd de buurvrouw. Voor het aanbellen was minder durf nodig dan voor het oppakken van het vogeltje, half verscholen achter de piano.
Ik houd mezelf voor dat wij ons thuis druk maken over de grote vragen van het leven: maatschappelijke ontwikkelingen, filosofische vragen over oorsprong, doel en zin en zo. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het wel en wee van de mereljongen toch harder door tikt.
Een jonge vrouw, die een bestaande gespreksgroep voor gezien hield, zei een tijdje geleden: "Het gaat me gewoon boven de pet. Met mijn vrienden praat ik op een andere manier over het geloof. Bijvoorbeeld over de vraag of mijn kat ook in de hemel komt." Ik stond toen een beetje met de mond vol tanden.
Als ik weer eens nadenk over dood en leven, is het goed om dat moment er bij te betrekken waarop ik met mijn spa een gat graaf in de tuin om een jonge merel te begraven (zoals bij die ene uit het eerste nest). Zo'n moment waarop ik denk: "Rotkat, jij komt vast niet in de hemel.!"
In ieder geval zal ik proberen niet meer buiten de kleine dingen om, na te denken over grote vragen. Da's wel zo eerlijk.
|