|
Column
|
|
Soms geeft de lente al een knipoog. Bijvoorbeeld als mijn hond aan het ravotten slaat met een soortgenoot in het Stadspark. Wenden en keren in cirkels. Naar elkaar toe en bij elkaar vandaan. En dan even rechtop op de achterpoten tegen elkaar aan. Het is net een dans. Snuffelen, geuren scannen, pikorde bepalen - dat is werk. Maar de dans is anders. Die is pure gein en ontspanning en van grote schoonheid. Het is energie die er niet uit moet, maar er gewoon uit komt en die vrolijkheid om zich heen verspreidt.
Die pure gein heeft de kerk ook in huis. Helaas lijkt het er op dat zij dat is vergeten. Ze zit wat strak in haar vel en houdt van de bekende paden die altijd weer op het zelfde punt uitkomen. Ze werkt hard en ze moet veel, met steeds minder mensen. Soms danst ze, maar dan strak geregisseerd en wat voorzichtig, zoals bij de viering van het avondmaal. Dan trekt ze cirkels door de kerk. Maar het lijkt niet op de pure gein van de honden in het Stadspark. Toch leeft de kerk van de gein. Want gein is niets anders dan Gods genade.
Misschien moet de kerk meer buiten gaan spelen en gaan ravotten in de wereld. Ze zal er zeker danspartners tegen komen die tegen haar in en naar haar toe willen bewegen. Zo maar. Zonder het te regisseren. In die dans maakt de kerk goede kans haar eigen schat opnieuw te ontdekken: die van Gods genade. Wakker gedanst in de wereld. We wachten op een nieuwe lente.
|