Home Archief
Verhaal pastorale ontmoetingsavond PDF Afdrukken E-mailadres
Actueel

Bewerkt verhaal uit Tanzania

voor de Pastorale Ontmoetingsavond in de Nieuwe Kerk 10-02-2011

 

Verteller:

Er was eens een vrome man. Hij ging regelmatig naar de kerk - ik kan u zeggen, dat de regelmaat aanzienlijk groter was dan één keer per jaar, maar dit terzijde -hij las na elke maaltijd uit de bijbel en hij bad dagelijks voor het eten en voor het slapen gaan.

De man groette iedereen vriendelijk in zijn straat, hij hielp anderen waar het nodig was, kortom hij was behulpzaam. Hij gaf een behoorlijk deel van zijn geld aan goede doelen. Een gelovig mens die probeerde te leven zoals hij dacht, dat God het zou willen.

 

Hoewel hij oprecht geloofde in Gods bestaan, zocht hij naar tekenen van Gods aanwezigheid.

Naarmate de tijd verstreek en hij ouder werd, werd hij onrustig. En wat knorrig. Dat kwam o.a. dat het hem niet aanstond, dat de straat waar hij woonde niet meer zo netjes was. Die zag er steeds meer verwaarloosd uit. Daarbij trof hij in de stad sporen van vandalisme.

 

Vrome man:             

Onnodige vernielingen...Maar wat ik nog erger vind: de mensen groeten mij niet meer. Ik hoor vaak ruzie bij buren. Het lijkt wel of mensen elkaar niets meer gunnen.

 

Verteller:

Hij vond de mensen zo egoïstisch worden.

Hij dacht bij zichzelf:

 

Vrome man: 

Volgens mij woont God hier niet meer, want God is een God van vrede en harmonie en als ik hier om mij heen kijk, vind ik daar niets van terug.

Ik ga op weg om God te zoeken.

 

Verteller:

In de buurt van de stad waar de vrome man woonde, was een hoge berg. Hij wilde de berg gaan beklimmen, want:

 

Vrome man: 

Als ik God ergens kan vinden, dan moet het daar zijn.

 

Verteller:

Hij liet zich niet afschrikken door de steilte en het smalle, moeilijke pad. Hij was nauwelijks begonnen te klimmen, of er kwam iemand de berg af.

 

De man die afdaalde:

Goedemorgen. U bent vroeg, wat gaat u doen?

 

Vrome man: 

U ook een goedemorgen.

Ik ben op weg naar boven, want ik ben op zoek naar God. Ik hoop hem op de berg te vinden.

 

De man die afdaalde:

Dus u gaat naar boven. Ik ben juist op weg naar beneden. Hoe kom ik in de stad?

 

Verteller:       

De vrome man begon de dalende man ten zeerste af te raden naar de stad te gaan, want daar was het kommer en kwel. In de stad kon je niets meer verwachten.

Maar de dalende man wilde toch naar de stad gaan. Ze namen afscheid.

 

De man die afdaalde:

Tot ziens.

 

Vrome man:

U ook tot ziens.

 

Verteller:

Het was een zware klim voor de vrome man. Toen de zon bijna onderging bereikte hij de top.

 

Vrome man:

Hier is het rustig en vredig. Ik moet nu wel vlak bij God zijn.

 

Verteller:       

Maar hoe hij ook zocht, nergens was God te vinden. De vrome man was erg teleurgesteld en schreeuwde:

 

Vrome man:

God waar bent U? (schreeuwen)

 

Verteller:       

Opeens kwam er achter de rots een oude vrouw tevoorschijn.

 

Oude vrouw:

Ik hoor u roepen, u klinkt ten einde raad. Wat is er aan de hand?

 

Verteller:       

De oude man begon zijn hart uit te storten.

 

Oude vrouw:

Vertelt u nu eens alles heel rustig. Wie zoekt u eigenlijk?

 

Vrome man:

Ik zoek God! Ik wil God dienen, dat probeer ik mijn leven lang al. Ik leef zoals ik dat uit de bijbel heb geleerd, maar ik ben teleurgesteld in de mensen. Daarom wil ik nu God ontmoeten.

 

Oude vrouw:

Ook ik moet je teleurstellen. God woont hier niet op deze bergtop. Ik woon hier al jaren alleen. Maar af en toe zoekt God me wel eens op. Ik denk dat je hem wel gezien hebt.

 

Vrome man: 

Heb ik God gezien? Maar dan had ik het toch geweten?

 

Oude vrouw:

Je hebt hem niet herkend! God is de berg afgedaald om naar de mensen in de stad te gaan. Je moet hem vanmorgen wel tegengekomen zijn.

 

Verteller:       

De vrome man begreep er nu helemaal niets meer van. Hij riep:

 

Vrome man: 

Wat moet God in de stad? Het is er een puinhoop. Heeft Hij dan niet gezien hoe de mensen met elkaar omgaan? Of misschien moet ik wel zeggen: hoe de mensen niet met elkaar omgaan. Dat de mensen de schoonheid van de wereld zoals God die geschapen heeft met de voeten treden?

 

Oude vrouw:

Weet je, daarom gaat God naar de stad. Daar is hij nodig, juist omdat het er zo'n puinhoop is. God zoekt de mensen. God zoekt al heel lang.

Als je God wilt vinden, dan zul je terug moeten gaan naar de stad.

 

Verteller:       

De vrome man daalde de berg af, ging terug naar de stad, naar de mensen van de straat waar hij woonde. Hij keek anders.

Het was of de wereld veranderd was.

 

Vrome man: 

Of zou het komen, omdat ik misschien zelf veranderd ben?

 

Verteller:       

En wanneer hij door de straten liep, keek hij naar alle mensen. Wie weet ontdekte hij in één van hen de man die afdaalde toen hij de berg beklom.

Want had die niet gezegd: ‘Tot ziens!'

 

 

 


Copyright © 2009-2012 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.

 

 
festivalvandegeest