|
Job 14: 1 – 3
Openbaring 7: 9 – 17
1 November. Alle martelaren en heiligen omringen ons vandaag. Vrouwen en mannen die door hun leven een bijzonder getuigenis hebben afgelegd van hun geloof in Jezus Christus. Als het moest tot de dood er op volgde. “Wie zijn dat daar in het wit en waar komen ze vandaan? Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren wit gewassen in het bloed van het lam.” Ja, hoe doe je dat hè? In ieder geval niet zonder enige fantasie. En zeker niet zonder geloof.
Een van de heiligen die ons hier omringen is Job. Hij is in het wit. Stel je voor, Job in het wit! We kennen hem van de mestvaalt – as op zijn hoofd, stuk getrokken kleren, open gekrabde zweren. Je zou hem toch niet herkennen in dat hemels wit?
Maar het staat Job goed. En het maakt hem toch niet onherkenbaar. Je ziet het zo: Dat is Job van de mestvaalt. De scheuren in de kleren zie je als het ware nog. En toch is alles anders. Het bloed van het bokje is er bij gekomen, schrijft Johannes – de belhamel die moest sterven maar opdook uit de dood. Hij zocht Job op. Hij herkende zijn klacht, versterkte het protest. Hij wilde Job niet los laten. En de hemel boog zich om het te horen en straalde zo dat het donker wel moest wijken. Probeer het maar niet te snappen van dat wit en het bloedrood. Daar krijg je rare dogma’s van, die je er van weerhouden om te klagen en te zingen. En te genieten wanneer God je tranen droogt.
Een vrouw vertelde me hoe blij ze is met Job. ‘Blij’ is misschien niet het goede woord. Want echt blij zijn is al van een tijd geleden. Maar dat je niet alleen bent met je godverlatenheid en je geworstel. Dat er iemand is die ook het goed bedoeld gewauwel aan moest horen, dat een mens nog eenzamer maakt. Omdat jij niet bij hun troost kunt komen, bij hun antwoorden die zo sluitend zijn dat jij buiten komt te staan.
Als Job zegt dat een mens opkomt en afgesneden wordt als een bloem (want zo staat het er letterlijk en zo zal het koor het straks ook zingen), dan heeft hij het ook over haar. En als hij spreekt over een mens die als een schaduw vlucht, en als het ware oplost tussen mensen die wel raad weten, dan voelt zij zich herkend en heeft die draad te pakken waaraan ze zich vast weet te klampen. Dan pakt ze als het ware Job bij de slip van zijn kleed. En ze weet: Jij bent als ik en ik ben als jij.
En God? Job neemt je op sleeptouw door de nacht, tot daar waar hij God vermoedt – ver weg van de mensen die altijd wel weten waar God te vinden is. En hij roept voor jou en voor zichzelf: Wat hebt U tegen mij? Wat wilt U nou? Laat ons! Doe wat! Hij roept tot de hemel zich buigt en de schaduwen wijken en God alle tranen van onze ogen afwist.
Zo’n heilige, daar heb je wat aan.
In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen
Dankgebed en Voorbeden
Met de heiligen ons voorgegaan zegenen wij uw Naam.
Met vrouwen en mannen van overal, met aartsmoeders en aartsvaders die ons de verhalen vertelden waarin wij U leerden kennen,
Bevrijder – Trooster – Reisgenoot.
Wij danken U voor hun getuigenis.
Hun nagedachtenis strekke ons tot zegen.
Al lang uit de tijd herinneren zij ons aan het geheim van ons leven dat U ook met onze levensdagen aan uw toekomst bouwt.
Daarom telt elke dag ons hier gegeven, tijd van verlangen naar de dag dat U zult zijn alles in allen.
Wij bidden U, ontferm U over de kinderen van deze eeuw, de mensen van deze wereldtijd, wij die het evenwicht kwijt zijn, de hele wereld op glad ijs hebben gebracht.
Elke crisis lijkt de voorbode te zijn van een volgende, die ons nog dieper treft.
Opgejaagd wild zijn we geworden.
We vluchten, maar we vluchten voor onszelf.
Wij bidden om getuigen die zich omkeren en niet langer meedraven, die rust vinden in het tegendraads verhaal dat deze aarde onder uw uit-eindelijk beslag ligt.
Wij bidden U voor wie de dood in hun lijf voelen, dat lege gat in het bestaan waar ooit de liefde woonde, het zeker weten dat je er toe doet, waar nu een gemis schreeuwt dat de bodem uit de dagen slaat.
En voor hen die aan den lijve ervaren dat hun gezondheid wordt afgebroken en klaar moeten zien te komen met dat wat niemand je kan leren.
Laat om hen heen de heiligen staan die dag en nacht getuigen van het wonder dat U geen mensenkind uit uw hart laat vallen.
Om stilte bidden wij, waarin tijd en eeuwigheid elkaar raken en wij ons mogen toevertrouwen aan U.
Omwoon ons, God
……………………………
Onze Vader in de hemel
|