Home Overwegingen Zondag 15 november 2009 - Choral Evensong
Bericht
  • Please login to be able to submit events
Zondag 15 november 2009 - Choral Evensong PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 15 november 2009 18:21

Jesaja 5: 1 – 7

Matteüs 20: 1 – 16

 

Twee gelijkenissen met als locatie een wijngaard. Het kost me moeite de verontrusting te voelen, de woede die er uit spreekt. Ik denk bij een wijngaard al gauw aan de Provençaalse nazomer, aan het jonge volk dat zijn vakantie terug verdient met de druivenpluk, aan het “wie doet me wat?”- gevoel. Ik ben een romanticus.

 

Tot ik met Paul heb gesproken. Geboren en getogen in Liverpool. Hij is dokwerker geweest. Nog vóór de container en de slimme technologie hun intrede deden. De tijd van de contractarbeiders. Elke dag naar het dok in de hoop dat er werk voor hem was. Wachten met velen in een ijzeren kooi en hopen dat je door een voorman werd uitverkoren. Soms onverrichter zake naar huis gaan en dus zonder inkomen die dag. Vriendjes proberen te worden met de voorman. Hem een of twee pints aanbieden in de pub met geld dat er eigenlijk niet was.

 

Pas als ik door zijn bril naar de twee gelijkenissen kijk, herken ik de verontrusting en de woede. Paul weet wat de werkers in de wijngaard mee moeten maken. Hij weet hoe het werkt, hoe de ondernemer probeert met zo weinig mogelijk arbeidskrachten het werk gedaan te krijgen. Hoe meer er wachten op werk, des te lager het loon dat hij hoeft uit te betalen. Sinds die tijd is er veel verbeterd. Je kreeg vaste contracten en verbeterde arbeidsvoorwaarden. Maar het blijft opletten! De dokken hebben steeds minder mensen nodig. Het werk wordt schaars. En de losse contracten hebben hun intrede weer gemaakt.

 

Hoe goed is die landheer eigenlijk uit de gelijkenis van Jezus? En mag je het koninkrijk van God wel vergelijken met zo’n mensonterend systeem? Paul schudt zijn hoofd. Hij ziet wat ik niet zien kan met mijn geregeld inkomen. Is het niet mooi om in de landheer de goede God te ontdekken? Een God, die iedereen een plek gunt onder de zon en recht op leven geeft. Want ook de werkers van het laatste uur krijgen het loon van een hele dag. Hun kinderen moeten immers ook kunnen eten. En dat de landheer dan ook nog eens bij die laatsten begint met uitbetalen, dat is toch goddelijk? In het koninkrijk van God gaat het anders toe dan in de orde van deze wereld.

 

Is het geen goede landheer die om vijf uur in de middag nog eens op weg gaat en dan een groepje arbeiders treft die er nog steeds staan? Een mens die vraagt: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?”, zodat de arbeiders hun pijn kunnen verwoorden: “Niemand wilde ons in dienst nemen.” In die zin is de gelijkenis een verademing bij die andere uit Jesaja. Daar loopt het niet goed af met de wijngaard: Hij wordt verbrand en vertrapt. God zocht rechtsbetrachting. Hij zag rechtsverkrachting. Als ik zou mogen kiezen tussen de ene en de andere gelijkenis, dan werd het die van Jezus. Ik houd nu eenmaal meer van de genade dan van het oordeel.

 

Maar Paul kijkt anders. Hij ziet de rechtsverkrachting uit de eerste gelijkenis terug in de tweede. En hij herinnert mij aan wat ik ooit geleerd heb tijdens mijn studie, dat een gelijkenis zich niet laat vangen in één uitleg. Paul ergert zich aan de landheer, die zichzelf goed noemt. Het komt niet uit de mond van de arbeiders. Eigen roem stinkt, ook hier.

 

Paul ziet hoe de landheer een cynisch spel speelt. Het is de tijd van de oogst. Het zijn drukke dagen. De werkwijze van de landheer is niet anders dan Paul gewend was in de dokken. Je probeert het eerst met zo weinig mogelijk mensen. Eén denarie is het afgesproken loon. Dat is genoeg om één dag je gezin te onderhouden. Maar ook niet meer dan dat. Iets wegleggen voor tegenvallers zit er niet in. Eén denarie, het loon van één dag. Dat de landheer de werkers van het elfde uur het zelfde loon geeft als de werkers van het eerste uur, is volgens Paul puur eigen belang. De landheer heeft er niets aan wanneer zijn arbeidspotentieel verzwakt omdat er geen eten was. Hij heeft ze nodig deze drukke dagen. Niet alleen de sterkste schouders, ook de mindere. Want bij gebrek aan arbeiders moet het loon omhoog en daarop zit de landheer niet te wachten. Dat hij de eersten het laatst hun loon uitbetaalt, is een heldere boodschap aan de sterksten onder hen: “Jullie hebben niks te koop!” Nee, zeg niet te gauw dat deze landheer op God lijkt.

 

Heeft Paul gelijk? Ik weet het niet. Maar hij doet mij herinneren wat ik nog wel eens vergeet, dat er niet één uitleg van een gelijkenis de juiste is. Daarbij heeft zijn uitleg betere papieren dan de uitleg van deze romanticus. Hij weet wat het is om bij de laatsten te horen. En elke dag nog wacht Paul op Gods dag waarop werkelijk de laatsten de eersten zullen zijn. Het land is van God, volgens Paul. Niet van de heren.

 

En ook die stelling heeft goede Bijbelse papieren. Was dat niet het project Israël? Zoeken naar – en bouwen aan het beloofde land, dat in alle opzichten anders zou moeten zijn dan Egypte, dat groot geworden is over de ruggen van slaven. Gaan in het spoor van een God, die zich verbond met een volk dat geen naam mocht hebben.

 

Nee, voor Paul staat het als een paal boven water. Het land is van God. Niet van de heren.

 

Amen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebeden

 

Voor de wereld bidden wij,
voor de tallozen die vandaag niet weten
of ze morgen zullen worden ingehuurd,
dat zij een gezicht krijgen,
dat hun verhaal gehoord wordt
zoals wij vandaag het verhaal van Paul

hebben gehoord.

 

Voor deze aarde bidden wij
die wij plat branden,
uithollen,
leegroven
alsof het ons eigendom was,
alsof ze daar is
om ons aan te verrijken.

Wij bidden dat het niet te laat is,
dat wij niet blijven “ja” knikken en “nee” doen.

Waar anders dan hier
zal uw nieuwe aarde gestalte moeten krijgen? –
die waarop recht en gerechtigheid wonen zal.

 

Voor de kerk bidden wij
dat zij niet uitgelezen raakt
op de verhalen van God met de mensen,
dat zij niet stopt met zingen:
Ere wie ere toekomt!,
dat zij blijft bidden:

Laat uw koninkrijk komen!

 

Voor u en mij bidden wij
dat God met ons de nacht in gaat,
waakt bij mijn angsten,
het duister van zijn macht ontdoet,
en in mijn dromen fluistert
dat de dag zal komen
door Jezus Christus onze Heer.

 


Copyright © 2009-2010 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.