Home Overwegingen Zondag 22 november 2009 - ds. Evert Jan Veldman
Zondag 22 november 2009 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 22 november 2009 13:36

Openbaring 1: 1 – 8

Marcus 13: 21 – 27

 

I

Dit is de zondag van wankelende machten en van vallende sterren, van de zon die zich verstopt en van de maan die verbleekt. Dit is de zondag van de Mensenzoon die komt met de wolken, bekleed met zo veel macht en luister, dat hij in zijn eentje meer licht geeft dan zon, maan en sterren ooit konden.

 

“Gelooft u dat hij nog komt, dominee?,” vraagt u mij wel eens. En ik zie dan in uw ogen het verlangen naar een “Ja, hij komt!”. Maar dan wel een “ja” dat hout snijdt; een “ja” dat niet van je vraagt je gezond verstand op te geven; een “ja” dat je niet in het kamp van de zonderlingen brengt, die je de plek aan kunnen wijzen waar de Mensenzoon zal landen, met datum en al. Verlangen naar een “ja” dat minstens even sterk is als de teleurstelling van al die keren “nee, vandaag niet, misschien morgen” van zo veel mensen, een geschiedenis lang; verlangen naar een “ja” om je aan vast te klampen.

 

En kom daarbij niet aan met het versleten antwoord dat je het allemaal symbolisch moet zien. Want dat hebben we al zo vaak gehoord dat we er van moeten gapen.

Toch ga ik daar beginnen. De taal van deze zondag is beeldtaal. Taal die tot de verbeelding spreekt. Je kunt het nog het best vergelijken met videokunst. Niet een film die een afgerond verhaal vertelt. Maar beelden aan elkaar geplakt, die je verwarren en ontregelen; die je wakker schudden en uitnodigen om mee te doen zodat het jouw verhaal kan worden. Kijk je naar het evangelie van deze zondag, dan is die tekst opgebouwd uit andere Bijbelse teksten. Oneerbiedig gezegd is het knip- en plakwerk van Bijbelse beelden. Twee losse teksten uit Jesaja, een uit het boek Daniël en een uit Deuteronomium. Beeldtaal, jawel. Maar niet om bij te gapen. Alles wordt uit zijn voegen getild. Wij worden op scherp gezet.

 

Het beeld van de Mensenzoon die komt met de wolken, is afkomstig uit een visioen van Daniël. Met angstaanjagende dieren, met rivieren van vuur, met een oude wijze als Gandalf uit “The Lord of the Rings”, met tienduizend maal tienduizend heiligen en met een Mensenzoon die komt met de wolken. Als het visioen ten einde is, schrijft Daniël: “Mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.” (Daniël 7:28). Verwarring en koestering, ik kom er nog op terug.

 

II

“Gelooft u dat hij nog komt, dominee?” Ja, ik geloof dat hij komt. Maar vraag mij niet of het hier of daar is, of hij vandaag of morgen komt. Want het gaat niet om dat soort weetjes. En het gaat ook niet om de vraag of een wolk een mens kan dragen – natuurlijk kan een wolk dat niet. De vraag is of jij je bloot wilt stellen aan de videokunst van de bijbel; of jij je wilt laten verwarren en ontregelen als Daniël; of jij je los durft te laten weken uit al je vermeende zekerheden en niet ook nog eens probeert de komst van de Mensenzoon in te passen in jouw vermeende zekerheden. Want als u daar naar toe wilt met uw vraag of hij nog komt, dan is mijn antwoord: “Nee!”

 

En toch geloof ik dat hij komt. Als ik mij in mijn verwarring, net als Daniël, koester aan het Bijbels woord. Blijkbaar gaan die twee samen: mijn verwarring en die koestering. En wat niet samen gaat zijn mijn vermeende zekerheden en de troost van het geloof. Als dit hier een plek is waar we ons laten ontregelen en de verwarring echt met elkaar durven delen, dan weet ik zeker dat de oude Bijbelse beelden opnieuw voor ons gaan leven.

 

Het gaat op deze zondag van donker naar licht; van de zon die verduistert en de maan die verbleekt naar de komst van de Mensenzoon in al zijn luister. Het gaat op deze zondag om de erkenning dat er al een geschiedenis lang te veel is wat het daglicht niet kan verdragen. En dat er te veel mensenkinderen zijn die niet aan het licht mogen komen, omdat het niet past in de opgebouwde zekerheden van een minderheid op deze aarde. Het gaat op deze zondag om het loslaten van onze zekerheden, verbeeld in zon, maan en sterren. In het vertrouwen dat we daarmee niet in zwarte gat van het oneindig niets vallen, maar gevonden worden door de Mensenzoon, die komt in al zijn luister. Om dan bij hem, bij hem alleen, onszelf terug vinden. Los geweekt uit het oude. Wakker geworden voor eens en altijd.

 

De luister van de Mensenzoon is niet de luister van zon, maan en sterren. Hij draagt de littekens van de geschiedenis, ook uw littekens. Hij herinnert aan wat mensen is aangedaan. Hij is een van hen geworden. Maar hij en hij alleen geeft licht genoeg voor tijd en eeuwigheid.

 

III

Laat maar los uw zekerheden. Zie, hij komt! Hij komt in die machtige momenten die je voor een ander niet kunt uitleggen. Zo klein, zo teer. Zo groots, zo machtig, dat alle pijn van de wereld die ook in jou ligt opgeslagen, daar niet tegen bestand is. Momenten met eeuwigheidswaarde. Momenten waarop je jezelf hoort zeggen: “Hier heb ik niet om gevraagd. Maar hier heb ik voor geleefd.” Het kan de oogopslag van één mens zijn die dat bij jou teweeg brengt. Alfa en Omega. Begin en eind van alles. “Wat was dat dan?”, vraagt iemand je. Je hebt geen taal. Je neemt het Woord en leest: Dat is de luister van de Mensenzoon, komend met de wolken van de hemel.

 

In de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

 

Amen

 


Copyright © 2009-2010 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.