Home Overwegingen Zondag 13 december 2009 - ds. Evert Jan Veldman
Zondag 13 december 2009 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 13 december 2009 11:03

Sefanja 3: 14 – 20

Lucas 1: 39 – 56

 

I

Wij hebben het moeilijk met het zwijgen van God. Toen het leven nog overzichtelijk was, was dit de plek waar hij sprak. Zo was het gewoon. En God was gewoon. Vertrouwd. Maar nu is dat anders. De wereld mag dan een dorp geworden zijn dat geen geheimen meer voor je kent, overzichtelijk is het bepaald niet. Elke dag komen er vragen bij, die je niet buiten de ziel kunt houden. Want deze wereld is wel jouw dorp.

 

Sprak God nog maar als toen. Doorbrak hij onze verwarring maar met zijn verlossend woord. Dat verlangen zit diep. Diep genoeg om hier nog te komen. Ook al is God niet langer gewoon voor jou en kunnen de antwoorden van toen je gestolen worden. Het zeker weten is veranderd in verlangen.

 

II

In de profetie over Jeruzalem zegt Sefanja dat God zal zwijgen in zijn liefde (Sef. 3:17). Zo zal hij in hun midden zijn. Het is een belofte die blijft haken. Juist met het zwijgen van God hebben we het immers moeilijk. Maar bij Sefanja schept dat zwijgen van God juist de ruimte om aan het licht te komen, voor de kreupelen, voor de verstrooiden, voor hen die in de wereld werden veracht.

 

Sefanja schrijft toekomstmuziek. Jeruzalem staat nog maar aan het begin van grote verwarring. De echte ellende van verwoesting en ballingschap moet nog komen. Maar nu al schrijft hij toekomstmuziek. “In zijn liefde zal God zwijgen. Zo zal de heer in je midden zijn.” Het is alsof God niet langer op één lijn wil staan met de priesters, met de rechters, met de leiders van het volk. Even daarvoor zegt Sefanja: “Haar leiders zijn brullende leeuwen, haar rechters wolven in de avond die ’s ochtends niets meer te kluiven hebben.” (Sef. 3:3) Het is alsof God wegloopt uit die hiërarchie. Geen brullende God zal hij zijn. Geen kluivende God. Geen geweldenaar. Het is alsof hij de resten van zijn goddelijke uiterlijkheid aflegt, om mee onder te gaan in de verwarring. Om er tenslotte uit tevoorschijn te komen, te midden van de kreupelen, de verstrooiden en hen die in de wereld werden veracht. Met de enige overmacht die hem nog rest: “In zijn liefde zal hij zwijgen.” (Sef. 3:17)

 

Het is een zin om niet overheen te lezen. En om je aan vast te houden als mensen jou de vraag stellen, die jij jezelf ook telkens stelt: “Waar is God? En wanneer laat hij dan eens van zich horen?” Het is geen doekje voor het bloeden om dan te zeggen: “In zijn liefde zal hij zwijgen.” Het is het afscheid van God zoeken aan de top van de hiërarchische ladder. Het is woord geven aan een diep verlangen dat hij vlak bij is en mijn verwarring kent omdat hij die gedeeld heeft. En niet alleen die van mij.

 

Denkt u dat wij ooit gehoord zouden hebben van Maria en Elisabet, als God niet verder was gekomen dan de top van de hiërarchische ladder? Denkt u dat we dan het feest hadden kunnen vieren van het kind in de kribbe – God in ons midden?

 

Wij zijn verknocht aan het kerstfeest omdat het ons de kans biedt om het heimwee bot te vieren naar de overzichtelijkheid van vroeger. Maar we beseffen nog onvoldoende dat er een overzichtelijkheid gevierd wordt die niet van gisteren is, maar van morgen. Een kracht die ons bijeen brengt, verward en losgeslagen als we zijn. Een kracht die zich doet voelen in ons als verlangen. Verlangen naar de menselijke maat; naar het overbruggen van de verschillen; naar het rechtzetten van wat een geschiedenis lang is scheef gegroeid. Verlangen naar vergeving. Verlangen naar God. Híj is het die in zijn liefde zwijgt en zo in ons midden is.

III

Die kracht wordt zichtbaar in de ontmoeting tussen Maria en Elisabet. Je kunt het verhaal natuurlijk ook lezen als een gebeurtenis uit lang vervlogen tijden. Wereldschokkend? Nee, dat niet. Een mooi verhaal, zo vlak voor kerst, over de klik tussen twee vrouwen. Maar dat is niet genoeg om de wereld uit zijn voegen te tillen en recht te zetten wat krom is. Hoe uitbundig Maria ook juicht om God, haar redder, het blijft voor jou een lied – niet meer dan dat. De echte wereld is steevast anders.

 

Nee, het evangelie heeft geen hemelse legers achter de hand om deze lezing van het verhaal te ontkrachten. Maar het gelooft zelf onvoorwaardelijk in deze twee vrouwen, die zomaar uit de profetie van Sefanja lijken te zijn gewandeld. Waar God in zijn liefde zwijgt, vinden deze vrouwen hun stem. Heb je het moeilijk met het zwijgen van God, kijk en luister dan naar deze vrouwen. Dichter bij God kun je niet komen. Zijn vreugde hoor je terug in hun jubel.

 

Maar waar is dan zijn macht gebleven? Waar is de kracht van zijn arm die uiteendrijft wie zich verheven wanen? – zoals Maria zingt. Die komt niet meer van bovenaf, hoorden we al van Sefanja. De heer zal voortaan midden onder ons zijn. Dat te geloven, went nooit. We kunnen teleurgesteld zijn als wij omhoog kijken en geen antwoord krijgen op ons gebed. “God doe iets, want ik sta machteloos.” Maar dat went gek genoeg. Dat hij midden onder ons is komen wonen en in liefde zwijgt, dat went nooit. Het past niet bij hoe een god hoort te zijn.

 

Je moet wel heel veel fantasie hebben om in de ontmoeting van Maria en Elisabet de kracht te zien die uiteendrijft wie zich verheven wanen. Nee, zegt het evangelie, je hebt er geen fantasie voor nodig, maar geloof. En dat geloof bezit niemand. Gods Geest moet over je komen. Zij zal het je schenken. Zodat je niet blijft turen naar de hemel in afwachting van het moment dat de heersers van hun troon worden gestoten en de geringen aanzien ontvangen. Maar dicht bij jezelf durft te blijven om daar te zien dat heel de wereld uit zijn voegen wordt getild waar één mens rechtop gaat lopen en niet meer naar de punten van haar schoenen kijkt.

 

IV

Het was normaal geweest als deze twee vrouwen zich hadden verstopt. Beide zwanger buiten de orde in een door mannen gedomineerde samenleving uit het jaar nul. Wat zouden de mensen er wel niet van zeggen? Maar het tegenovergestelde gebeurt: de ene vrouw zoekt de andere op. En Lucas moet het verhalen. Want hier valt een stukje droog op een met tranen bedekte aarde. Hier vindt de duif een plek om te landen. Een nieuwe orde. Een nieuwe aarde!

 

Als Maria Elisabet groet, springt het kind op in haar schoot. Dat is het sein voor de Geest om Elisabet geheel te vervullen. De Geest wordt aangestuurd door een kind dat nog geboren moet worden. Laat alle goden zwijgen! Luister naar wat deze vrouwen te zeggen en te zingen hebben! Hoe dichter ze bij zichzelf blijven, hoe beter God zich aan ons kan laten zien. De nieuwe aarde, de nieuwe orde, toont zich hier als zusterschap. En God, die wonen wil tussen de mensen, heeft al het uiterlijk vertoon verloren dat doorgaans aan een god wordt opgehangen. Hij is in ons midden als de vrucht van de schoot van Maria. Kleiner kan een god niet worden.

 

V

Zo wordt vervuld het woord van de profeet Sefanja: “Hij zal zwijgen in zijn liefde.” Botsen je gebeden op een gesloten hemel, komt er geen woord terug, breng dan bij jezelf nog eens dit verhaal te binnen. En laat je troosten door het geloof van Maria: “God heeft oog voor jou.” Gun het jezelf om dat hier te laten gebeuren. Merk op dat als jouw bidden stokt, het om jou heen toch door gaat. Weet dat de wand tussen God en jou hier flinterdun is, ook als het anders voelt en het al lang geleden is dat je die dingen kon geloven.

 

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

 


Copyright © 2009-2010 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.