|
Jesaja 61: 1 – 9
Lucas 4: 14 – 21
Ik lees u nog een keer de tekst: “De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.”
(Lucas 4: 18 – 19)
I
Voor mijn generatie was dit een soort manifest waarin Jezus de grondbeginselen van zijn programma uiteen zette. Nergens kwam hij je meer nabij dan hier. Om de armen was het te doen. Om de onderdrukten. Om de geschiedenis eindelijk tot de hunne te maken. Om hen de grond terug te geven waarop ze baas konden zijn over hun eigen leven. “Ach, het hoort bij de jeugd,” zeiden wijze mensen die ook jong waren geweest. Misschien hadden ze gelijk. Maar zeker is dat het idealisme van toen, ook hoorde bij Jesaja. Dubbel zullen zij erven van het land – de armen, de verdrukten, horen we hem zeggen.
“Je moet de woorden van Jezus niet zo makkelijk naar je toe trekken,” zeiden de schriftgeleerden uit mijn jeugd. “Zijn koninkrijk is niet van deze wereld,” riepen ze om het hardst. “Neem de teksten niet te letterlijk!” Maar ja, wat als het vuur je te pakken heeft? Wat als de geest op jou is neergedaald? Dan ga je er voor. En met elke stap die jij zet, komt de nieuwe tijd dichterbij – dacht je toen. De kritiek op politieke theologie en radicale stellingname was allemaal angst van mannetjes, die (om met Jesaja te spreken) bang waren hun luister te verliezen (Jes. 61:6).
Hadden zij gelijk of hadden wij gelijk? Of ligt de waarheid misschien in het midden, zoals dat bij beschaafde mensen wel vaker het geval is? Of kan het ook zijn dat de waarheid nergens meer te vinden is, opgedoekt als al weer lang geleden dat steile krantje van weleer (“Communisten, wat waren dat ook al weer?”)? Ja, en wat is er eigenlijk over gebleven van de Bijbelse waarheid? Teksten spreken elkaar tegen of zijn voor meer dan een uitleg ontvankelijk. God is een en al spraakverwarring geworden. En er zijn evenveel waarheden als er mensen zijn. Zorgvuldig opgeborgen in de kluis van ieders hart.
Wat moeten we vandaag nog met de proclamatie van Jezus? Wordt 2010 dan het genadejaar van de HEER, waarin alles recht gezet wordt? Zo denken we toch al lang niet meer? We leven van dag tot dag. We vallen van de ene verrassing in de andere, plezierige en onplezierige. We struikelen van crisis naar crisis. Dat genadejaar, wat zal het? Zijn tijd is niet de onze. En onze tijd niet de zijne, toch? Maar waarom houdt hij ons dan toch zo bezig? Wat doen we hier?
II
Blijkbaar lokt het Bijbelwoord. We kunnen er niks mee. Het is geen spandoek om achteraan te lopen. Je kunt er de wereld niet mee te lijf. Je breekt er de bestaande scheve verhoudingen tussen arm en rijk niet mee open. In dat opzicht hadden de criticasters van toen gelijk: Het is geen politiek program. En toch lokt het Bijbelwoord. Want al kun je er niks mee of kun je er juist alle kanten mee op, het doet iets met jou. Als je wilt spreken over de waarheid, dan is het deze: dat het woord jou lokt, jou aanspreekt en niet zonder jou wil.
Nee, de kracht van de Geest valt niet samen met het jeugdig elan dat de wereld te lijf gaat omdat de wereld niet deugt. En ze valt zeker niet samen met de wijsheid van de bedaarden die zich niet meer van hun stuk laten brengen en de waarheid zorgvuldig in het midden laten omdat ze er geen enkele behoefte aan hebben dat hun rust verstoord wordt. Nee, de Geest komt van elders. Ze komt bij God vandaan.
“O ja, God in de hemel,” roept de een. “Nee, God in mijn hart,” zegt een ander. Het zijn nietszeggende halve waarheden. Wat dat betreft hebben we nog veel te leren van Israël dat de naam van God niet uitsprak. Van God leer je pas te spreken, waar jij als mens het niet meer weet. Vastgelopen. In ademnood geraakt. Grond onder de voeten weg geslagen. Geen waarheid om je nog aan vast te houden. Dat is de plek waar de kracht van de Geest over je komt.
In de Bijbelse verhalen wordt die plek verbeeld door de woestijn. Daar raak je je laatste beetje houvast kwijt. Zelfs dat wat jou klein en kort hield, ga je daar missen. Zoals Israël er terug verlangde naar de kruimels die ze kregen van hun onderdrukkers. De woestijn is ook de plek waar God van zich doet horen in de stilte. Een fluistering, een nabijheid die de leegte niet opvult. Geen religieus fastfood. In de woestijn gaat een gerucht dat God van mensen houdt. Uit die woestijn komt Jezus in de kracht van de Geest terug naar Galilea.
Wil je de kracht van de Geest voor je zien, pak er dan thuis het scheppingsverhaal bij. Dat verhaal, dat alle kennis van zaken aangaande Bigbang en oersoep graag aan de wetenschappers overlaat. Maar dat jou wil laten zien hoezeer God van mensen houdt. In de duisternis zweeft Gods Geest boven de wateren. Het is de plek waar jij je als mens terug vindt met het water aan de lippen – bodemloos, donker en diep. Met boven jou de Geest die klapwiekt als een vogel boven haar nest. Jij bent dat jong. En de lucht die zij met haar vleugels verplaatst, dat is jouw nieuwe adem.
Voor deze kennis heb je niets aan wat je allemaal al wist. En ook aan je religieuze antenne heb je weinig. Je moet het hebben van de Bijbelverhalen, die aan de ene kant de Geest voor jou verbeelden, zodat ze herkenbaar en ervaarbaar wordt. En die aan de andere kant opnieuw voor jou gaan leven door het waaien van die Geest. Zo worden wij gelokt naar hier. Het Woord van God, je kunt er niks mee. En tegelijk is het alles voor jou.
III
“Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan,” zegt Jezus tegen de aanwezigen in de synagoge. De woorden van Jesaja zijn waarheid geworden: goed nieuws voor de armen, vrijlating voor de gevangenen, uitzicht voor de blinden, vrijheid voor de onderdrukten. Ze hoeven niet meer op morgen te wachten. Vandaag begint het genadejaar van de HEER!
O ja? En waarom zie ik er dan niets van? Waarom houden ’s nachts de gezichten mij wakker van mensen voor wie het geen leven is? Wat zijn de woorden van Jezus waard? Ik zie om me heen niet wat ik van hem hoor. Maar weet u? Niet wat u ziet is de waarheid, maar dat wat u vandaag hoort. Nee, u vergist u niet. U hebt uw hart op de goede plaats en uw ogen niet in de zak. En het is niet om aan te zien wat zich aan u opdringt. Maar de waarheid is wat u vandaag hoort.
Letterlijk staat er: “Heden is vervuld dit Schriftwoord in uw oren.” Dat is abracadabra voor een modern mens. Wij zijn van de ogen; van “what you see is what you get” (“wat je ziet is wat je krijgt”). Maar het geloof is uit het horen (Rom. 10:17). Wij geloven niet in een God die alles recht kan toveren. Voor zo’n God hoef je niet naar de kerk. Die kun je zelf wel bedenken (Wat trouwens een geschiedenis lang al gebeurt in eindeloos veel varianten).
Maar een God die zijn macht aflegt en zijn plaats tussen de goden afstaat, omdat hij het gekerm gehoord heeft van armen en verdrukten; zo’n God bedenk je niet. Die kun je alleen leren kennen uit de verhalen van mensen die aan het eind van het Latijn hun rug rechten en zeggen: “Hoor! Hij heeft mij gehoord.” Wat iets anders is dan het “eind goed, al goed” uit de sprookjes. In de woestijn en in het bodemloos diepe duister zeggen mensen: “Hoor! Hij heeft me gehoord.” Wie anders gaf hen daarvoor de adem dan de Geest van God, op hen neergedaald?
Koninklijk waardigheid voor klein gemaakte mensen is er niet pas als wij hen die gunnen. Die wordt geboren waar God zich bukt om schouder aan schouder met hen te staan. Daar waar gefluisterd wordt: “Jij bent mijn kind, ik zal er zijn.” In Jezus is hij aan de orde. Wil je deze God leren kennen, dan zijn er drie plekken waar hij zich laat zien: 1. In de kerkdienst waarin Schriftwoorden worden geopend voor onze oren. 2. Bij klein gemaakte mensen waar Gods hart naar uitgaat. 3. Bij jezelf, als de oude waarheden onder je zijn weg geslagen en nieuwe zekerheden geen houvast bieden.
Dat is het Bijbelse midden waar alles om draait. Dit is het genadejaar van onze HEER!
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
|