Home Overwegingen 25 april 2010 - ds. Evert Jan Veldman
25 april 2010 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 25 april 2010 11:58

Exodus 18: 13 – 27

Johannes 10: 22 – 30

I
Werk. Wereld. Mensen. Ze kunnen je ongelooflijk op de nek zitten. Werk dat nooit af komt. Handen tekort. Collega’s te weinig. Het ijlt na als je thuis komt. Dit niet goed gedaan. En dat had anders gemoeten. Die mens had meer aandacht verdiend. En daar had ik achteraf een andere keus moeten maken. Druk, druk, druk.

Ligt het werkzame leven achter je, dan is dat nog geen garantie dat het gevoel belaagd te worden ook voorbij is. Laat staan als je niets liever zou willen dan meedoen in het arbeidsproces, maar het je niet gegeven is – te oud, te ziek, te klein, tekort. Dan is het niet het werk, maar het alledaagse dat je op de nek zit. Hoe kom ik de dag door? Wie ziet me nog staan? Nee, het alledaagse is lang niet altijd een speeltuin. De wereld komt er binnen. Nieuws slaat in van alle kanten. Het komt ongevraagd binnen. Een warboel van gedachten verstoort je nachtrust. Doodmoe kun je er van worden.

En wat te denken van de mensen die je lief zijn? Weet je kind niet meer waar ze het zoeken moet, dan houdt je dat dag en nacht bezig. Ben je je levensmaatje kwijt geraakt, dan kan het gemis als een schaduw met je meegaan. Altijd is het er. Bij het naar bed gaan en het opstaan. Je kunt het knap druk hebben met iemand die er niet meer is.

Nu hebben we het over onszelf. Niet over Mozes. Maar wat maakt het uit? Het kan je gewoon treffen als je hoort dat de gemeente van Israël bovenop Mozes staat van de ochtend tot de avond. Het is meer dan omringen. Hij kan ze niet buiten de ziel houden. Zoals het jou soms niet lukt de wereld om je heen buiten de ziel te houden. Hij vreet aan je.

En wat kun je dan veel hebben aan iemand die jou opzoekt en die de tijd neemt om je aan te zien, zoals Jetro dat doet. Hij is dan wel Mozes’ schoonvader, maar hij komt van buiten het verhaal binnen. Met zorg en met aandachtigheid. Hij maakt geen deel uit van de wereld die Mozes op de nek zit. De priester Jetro komt van buiten en heeft geen enkel ander belang op het oog dan Mozes’ welbevinden.

Misschien is dat wat in de lezing nog het meest blijft haken: het verlangen naar iemand die jou ziet worstelen met het werk, de wereld en de mensen. Een priesterlijk mens die niet zegt dat jij tekort schiet, maar ziet dat jij aan je dagelijkse taak bezwijkt. En van daaruit meedenkt hoe het anders kan. Overigens zonder de verantwoordelijkheid uit jouw handen te nemen. En ook zonder het werk, de wereld en de mensen als het ware achter dranghekken te plaatsen. Luwte bestaat niet.

Jetro neemt én Mozes én de gemeente van Israël serieus. Die gemeente is als de wereld die je niet buiten de ziel weet te houden. De wereld, die zich aan je opdringt: Kijk hoe het met me gesteld is! Zie hoe bar en boos het is! De zorg en de aandachtigheid van Jetro voor Mozes komt niet in mindering op de zorg en de aandachtigheid voor de gemeente van Israël. Een priesterlijk mens als Jetro, die met aandacht een mens tegemoet treedt, zal nooit zijn hart toe kunnen sluiten voor de wereld, hoe massief onbeholpen en banaal die zich ook voor kan doen.

II

Waar gaat het om in de lezing, die zo sterk appelleert aan ons verlangen om staande te blijven en gekend te zijn? Onder leiding van Mozes trekt de gemeente van Israël door de woestijn. Het is de plek waar je het oude achter je hebt gelaten, zonder dat het alternatief zich al heeft bewezen. Vrij van keizer, koning, admiraal, pausen en prelaten. Maar: God, wat nu? Waar komen we uit? Hoe blijven we gaande? Hoe worden we mens?

“De gemeente staat bovenop Mozes van de ochtend tot de avond,” zegt het verhaal. Zolang het alternatief voor de totalitaire staat, die Egypte was, zich niet heeft aangediend, is Mozes de man Gods die de boel bij elkaar moet houden. Ze komen bij hem en eisen het recht op om gezien te worden – een recht dat hen zo lang onthouden was. Ze komen bij hem met hun conflicten, met hun ontwakend gevoel voor eigenwaarde. Doe mij recht, Mozes! Doe mij recht! Hij is de vriend van God, Bevrijder – Trooster – Reisgenoot, zo anders dan de goden. Hij mag het zeggen.

III

Een wereld van denken, doen en laten, scheidt ons van Mozes. Vanwaar dan toch die identificatie met hem? Misschien wel omdat er, net als bij hem, niemand meer tussen God en ons instaat – geen politiek of geestelijk leider. En dus is er niemand achter wiens rug wij ons kunnen verstoppen; niemand die de wereld voor ons op afstand houdt; niemand ook die ons kan afschermen voor de liefde van God die uitgaat naar die wereld, waar je bij tijd en wijle gek van wordt.

Leven wij niet in het land van de vrijheid, waar de gemeente van Israël nog naar onderweg is? Misschien. Maar bekruipt u ook niet het gevoel dat het voor een deel maar schijn is? We dachten dat we er wel zo’n beetje waren. Maar de behoefte aan heroriëntatie neemt toe. Ons geworstel en onze eenzaamheid, onze eigen crises en die op wereldschaal, stroken niet met de gedachte dat we aangekomen zijn in het land van de vrijheid. We zijn toch meer in de war en onderweg dan dat we er al zijn.

IV

Jetro komt met een advies dat wij ons ook ter harte mogen nemen. “Dat is geen goede zaak, zoals jij doende bent! – in je eentje de vrijheid van jezelf en de naaste bewaken, alle ballen in de lucht houden – je zult eraan bezwijken, zowel jijzelf als deze gemeente die bij je is; want deze zaak is te zwaar voor je, dat kun je niet alleen doen.” (vers 18)

Doe het met anderen. Vrij vertaald naar de wereld van vandaag: Laat het allemaal maar toe in je ziel. God doet dat ook. Laat hen toe. Maar niet zo dat jij hen allemaal moet helpen. Recht doen aan mensen betekent ook hen verantwoordelijkheid geven. Maak hen niet tot object van jouw zorg, tot slachtoffer van jouw goedbedoelde aandacht. Treed de ander tegemoet, zoals jezelf tegemoet getreden wilt worden. Maak ruimte voor de ander en stel haar in staat om ruimte te maken voor jou. Als God voor zijn project van bevrijding de hemel achter zich gelaten heeft om met mensen op weg te gaan, waarom zou jij dan niet je eenzame positie verlaten en het zelfde doen? Gemeente word je in die beweging naar elkaar toe – een heikel project van vallen en opstaan, dat in God geborgd is. Alleen zo kom je aan in het land van de vrijheid, dat niet bestaat in ieder voor zich en God voor ons allen, maar in ieder voor ieder en God met ons. Alleen zo zal de zaak van de vrijheid niet te zwaar blijken te zijn.

Voor de kerk betekent het dat ze niet voor Mozes moet spelen op zijn heilig eiland. Die last is de kerk te zwaar. Nog los van het feit dat al heel lang niemand meer op haar aandringt en het recht bij haar zoekt. Laat haar zijn waar de mensen zijn. Op straat. In Stad. Laat haar de mensen tegemoet treden met heilige aandacht, wetend dat God haar al lang is voorgegaan. In dat opzicht is het aardig om te onthouden dat Jetro een priester is van buiten de Joods-christelijke traditie. Met een knipoog: Het is een heiden die de verandering in gang zet. Wie weet zal de kerk in Stad haar God ontmoeten. Verborgen tussen de mensen, oplichtend in een goed woord dat ruimte maakt voor de ziel. Om met het appel uit het verhaal van vanmorgen te eindigen: “Laten zij met jou méé dragen!” Gemeente, als je deze zaak zo doet, dan zul je staande kunnen blijven en zal ook heel de mensengemeenschap op zijn plaats aankomen in vrede! Aldus het boek Exodus.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen

 


Copyright © 2009-2010 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.