Home Overwegingen Zondag 6 februari 2011 - ds. Evert Jan Veldman
Bericht
  • Please login to be able to submit events
Zondag 6 februari 2011 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 06 februari 2011 11:03

Jesaja 43: 9-12

1 Korintiërs 3: 9b – 17

Matteüs 5: 13-16

I

Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.” Krachtige beelden gebruikt Matteüs. Zout en licht veranderen het leven. Het wordt het proeven waard. Het mag gezien worden. Maar nog voor we het over de achtergronden van de beelden zout en licht gaan hebben, zullen we het toch eerst over onszelf moeten hebben. Want het is letterlijk een aansprekende tekst. Voor we gaan beschouwen en de dingen met zorg van alle kanten kunnen bekijken, zijn we al in het hart van het evangelie getrokken. Voor we kunnen afdingen op wie we zijn en ons excuseren voor wat we niet in onze mars hebben, is het grote woord over ons al uitgesproken: “Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.”

Wij zijn de eersten niet die hier niet zo goed raad mee weten. “U bedoelt ons toch niet?” Ergens aan het eind van de 1e eeuw wordt een kleine gemeente in de verstrooiing, die leefde met de boeken van Mozes en de Profeten, het als eerste aangezegd: “Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.”

Voor hen moet het minstens zo vreemd geklonken hebben. De controle over het gewone leven is al een hachelijke zaak. Aarde en wereld zijn voor hen wel heel grote woorden. In die zin zullen ze zich herkend hebben in de leerlingen op de berg bij Jezus, over wie Matteüs vertelt. Met om hen heen de mensen zonder aanzien die zich daar verzameld hebben. Volk dat nergens aanspraak op kan maken. En dan te horen krijgen: “Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.” Je gelooft je oren toch niet?

II

Vergeleken met hen zijn we er een stuk op vooruitgegaan. Deze gemeente heeft heel wat in huis. Als dat ongeregelde boeltje op de berg ons zou kunnen zien zitten in deze kathedrale kerk, dan zouden ze vast denken dat het Koninkrijk Gods was aangebroken.

Over het brood van morgen hoeven we ons vandaag geen zorgen te maken. En de onrust in de wereld ontgaat ons niet, maar is toch vooral onrust op afstand. Ongestoord kan de gemeente haar gang gaan. De stad zal haar niet lastig vallen. Het leven smaakt daar, ook zonder kerk. En licht is er genoeg. Wat Stad betreft, ze gunt de kerk een vredige oude dag.

Nee, die onrust van de kerk komt van binnenuit. Het evangelie valt ons lastig: “Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.” Het liefst zou je die aanspraak uit het evangelie even aan je voorbij laten gaan, om niet in de verdediging te hoeven. Want je weet zelf ook wel dat het vaak een wat zouteloze onderneming is geworden. En dat de lamp niet onder de emmer thuis hoort, weet je zelf ook wel. Alleen, het voelt zo vertrouwd onder die emmer. Het licht schijnt er zo gezellig onder ons. Terwijl, als je de emmer weg haalt, het allemaal zo weinig voorstelt. Het huis van de wereld is immers veel te groot om te verlichten en het redt zich prima zonder ons.

Maar dat is één kant van de onrust. Zou de onrust die het evangelie teweeg brengt ook te maken kunnen hebben met onze moeite om die aanspraak verwonderd maar met open handen te ontvangen? Dus niet horen: “Kan het niet wat smaakvoller?” Of: “Trap eens wat harder zodat je lampje beter brandt!” Maar rechtop de ridderorde zonder verdienste opgespeld krijgen: “Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.” Vrolijk leven in het licht van de genade gaat ons misschien wel moeilijker af dan het meesjouwen van ons tekort en ons chagrijn over een wereld die zoveel minder hoeft van zichzelf dan wij.

Het liefst leggen we zelf het fundament van ons geloven. Met materialen die ons door de traditie zijn aangereikt en met wat we gaandeweg bij elkaar gescharreld hebben. Dan weet je tenminste waar je op staat. Maar als het waar is dat die aanspraak uit het evangelie ons fundament is (“Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld”); als dit de bodem onder onze voeten is, dan hoeven we ons niet meer af te schermen van stad en wereld. Want we worden in één adem met stad en wereld genoemd. Dan hoeven we ons geen zorgen meer te maken over de kracht van het licht en de smaak van het zout. Want het hoeft niet uit onze tenen te komen. Zout en licht, we zijn het omdat hij het zegt. Met de woorden van Paulus: “Niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf.” (1 Kor. 3: 11)

III

Zout en licht zijn geen willekeurige beelden. Het eerste scheppingsverhaal vertelt van het licht dat door God tevoorschijn werd geroepen, toen zon, maan en sterren er nog niet waren. “Voortijdig licht waarin wij staan,” dichtte Huub Oosterhuis. Dragers van dat licht zijn wij. Licht, dat niet terug schrikt voor het duister. Licht dat weet heeft van de Stem die het tevoorschijn riep. Licht dat straalt van liefde voor hen die in het duister tasten. Alle woorden van de Thora zijn met dat licht behept, zingt psalm 119: “Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.” Het is een licht dat met ons mee gaat, enkele reis de wereld in.

Zout kenden de eerste hoorders als conserveringsmiddel. Zout was een eerste levensbehoefte. Maar het had ook een liturgische rol: zout was een teken van Gods verbond met zijn volk Israël. Zout staat voor zuiverheid. Alle bindingen die een mens tot slaaf maakten, werden met zout uitgezuiverd. Als de afstammelingen van Levi worden uitgezonderd voor de priesterdienst en het volk verantwoordelijk wordt gemaakt voor hun eerste levensbehoeften, komt er zout aan te pas. Zout dat de Levieten los maakt van elke vorm van bezit en het volk van bezitsdrang. Misschien herinnert u zich nog dat vreemde verhaal over de vrouw van Lot die zich niet kon losscheuren van alles wat ze had opgebouwd in het keiharde Sodom. Op de dag van het oordeel over die stad, keek ze om op haar vlucht en ze werd een zoutpilaar, zegt het verhaal. Letterlijk ingehaald door het zout, dat de geschiedenis zal zuiveren van alle bezitsdrang.

IV

Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.” Dit woord van Jezus zet ons midden in de wereld. Het herinnert ons eraan dat de kerkelijke organisatie geen doel in zich is. Zij is niet de schatbewaarder van het evangelie. Wij zijn niet de beveiligingsmensen rond Christus die hem moeten behoeden voor een voortijdig einde. De gemeente van Christus is niet defensief naar binnen gericht. De wereld is haar huis. De aarde is haar speelterrein.

Daarom moet het licht ook op de standaard en niet onder de emmer. Niet om te zeggen: “Hier moet je zijn!”, maar om het licht te verspreiden tot in de donkerste uithoeken. Zodat er licht valt op de gezichten van mensen die dachten dat ze niemand waren.

En de beste manier om zout krachteloos te maken is door er bovenop te gaan zitten en er trots op te zijn dat je het zo puur hebt weten te bewaren. Maar hoort de kerk geen strooivat te zijn? Zout moet gemengd worden met wat de wereld te bieden heeft, zodat het leven smaakvol wordt en het delen waard. Het zout dat wordt rondgestrooid vind je niet meer terug. Het verandert alles, maar het verandert zelf ook als het wordt opgenomen in het voedsel.

Misschien ligt u wel eens wakker van uw kinderen die niet meer naar de kerk gaan. Of van de lege plekken in de banken. Misschien betrapt u zichzelf wel eens op de vraag: Wat doe ik hier nog? En: Waarom zou ik eigenlijk? Weet dan dat er al heel wat zout is uitgestrooid in onze cultuur en dat het daar zijn werk doet. Deze plek, die ons zo lief is, is niet ons einddoel. De einden van de aarde zijn de bestemming van ons en onze kinderen, die de kerk in haar huidige vorm op hun levenstocht als een gepasseerd station ervaren. Zeg niet te gauw dat ze ongelijk hebben. Ze hebben een goed gevoel voor de emmer die de kerk over zich heen trekt en daaronder het eigen gelijk viert. Zeg niet te gauw dat ze ongelijk hebben. Maar geef hen ook niet te snel gelijk. Al was het maar om het zout dat hier uit de Schriften over je heen wordt gestrooid. Woorden die je de weg wijzen naar buiten en je blik verbreden. Woorden die zeggen dat jij er toe doet: “Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht van de wereld.”

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest

Amen.

 


Copyright © 2009-2012 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.

 

 
festivalvandegeest