Home Overwegingen Zondag 27 februari 2011 - ds. Evert Jan Veldman
Zondag 27 februari 2011 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 27 februari 2011 14:10

Overweging, gehouden op 27 februari ’11 in de Nieuwe Kerk

door ds. Evert Jan Veldman

Jesaja 49: 13 – 18

Matteüs 6: 24 – 34

I

“Maak je geen zorgen over jezelf,” zegt Jezus tegen zijn vrienden en tegen de mensenmassa op de berg. Je hoort het op een afstand aan en je voelt de ergernis opkomen. Want je maakt je wel zorgen. In het diepst van je ziel heeft onrust zich genesteld. En hoe verstandig je jezelf ook toespreekt, het gewoel van binnen houdt niet op.

Je maakt je zorgen over de aarde, die steeds meer monden voeden moet en die onmogelijk ook nog eens alle wensdromen vervullen kan van al die wakkere wereldburgers die zich bij ons gevoegd hebben, van China tot Brazilië en van India tot Egypte. Je maakt je zorgen over je kind dat je zo lief is, maar dat zonder extra aandacht zich niet staande zal weten te houden in een samenleving die van je eist dat je kunt wedijveren. Je maakt je zorgen over de ontmanteling van de verzorgingsstaat, waarbij er meer gesproken wordt over de kostprijs van goede zorg dan over haar onschatbare waarde. En, ja, je maakt je ook zorgen over jezelf. Want hoe zal het je vergaan als je oud wordt en je bovenkamer niet meer werkt en je lijf niet meer doet wat jij wilt? Is er dan nog iemand die jouw leven hoog houdt?

“Maak je geen zorgen over jezelf,” zegt Jezus. Wat is dat voor pretparkwijsheid? Wijzend op de vogeltjes in de lucht en de bloemen in het veld, krijgt hij iets van een goeroe die is blijven steken in de flowerpowertijd. Wie zich zorgen maakt in het diepst van de ziel, zit niet te wachten op iemand die vanaf zijn bergtop zegt dat het niet nodig is. Wat je nodig hebt is iemand die jouw zielenroerselen meevoelt, die wakker wordt als jij wakker ligt, en dan de storm weet te bedaren.

II

Je vraagt je af wat de mensenmassa op de berg bij Jezus heeft te zoeken. Als jij je zorgen maakt, hoeveel te meer deze mensen. Met ieder van hen is wat. Een voor een hebben ze het leven niet op orde weten te houden. Wat hen bindt is de schade die ze hebben opgelopen aan het leven. Dat kan van alles zijn. De mensenmassa past niet in een gelabelde lade. Ze is een vat vol tegenstrijdigheden.

Het zijn mannen die het niet tot brave huisvader hebben weten te schoppen, omdat de basis te smal was. Het zijn vrouwen die zich niet wisten te voegen naar de standaard van de patriarchen en buiten gesloten werden, van alle waardigheid ontdaan. Er zitten beroepsoplichters tussen die hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Hoeren ook (al heet je zo al gauw als je afwijkt van de gestelde norm). Maar bovenal is er veel arm volk, dat vandaag niet werd ingehuurd door koppelbazen en met een lege maag de stress verstouwt. Want wat zal de dag van morgen brengen?

Maak de mensenmassa niet mooi, want dat is ze niet. De onderlinge solidariteit ontbreekt. Zoals water dat vanzelf naar de laagste plaats vloeit, zo groeit de mensenmassa aan. Mensen vinden elkaar zonder dat ze elkaar gezocht hebben. Het gaat hen er ook niet om gezien te worden. Eerder om niet gezien te worden en zich te kunnen verbergen in de veelheid. De massa weet meer dan jij in je eentje – “Heb je ’t al gehoord?” Ze weet waar jij zijn moet. Ze maakt lawaai, meer dan de politieke leiders lief is. Want met de massa weet je maar nooit waar het naar toe gaat.

Jij ziet het aan. Jij staat er bij. En eigenlijk ben jij geen buitenstaander meer. Jouw zorgen krassen in jouw ziel. Ja, je hebt alles wat jouw hart begeert. En zelfs als dat niet zo is, dan nog. Dat is niet wat jou wakker houdt. Het is jouw kind dat het straks alleen moet doen. Het is dat jij niet weet hoe jij het tij moet keren voor moeder aarde. Het is dat jij met jouw zelfredzaamheid geen antwoord hebt op de vraag wie er voor jou zal zorgen als het er op aankomt. Net als al die zelfredzame mensen om je heen geen antwoord hebben. De zorgen krassen in je ziel. Ze houden niet meer op. Je zoekt een bedding voor jouw zorgen. Zo vloei je samen met de massa die weliswaar geen boodschap heeft aan de nood van de enkeling, maar er wel de drager van is. De massa is één grote vraag; een collectief verlangen dat onuitgesproken blijft.

Wat zoekt ze toch bij Jezus, die tegen de mensen zegt: “Maak je geen zorgen over jezelf.”?

III

De mensenmassa in het evangelie zoekt steeds weer Jezus op. “Hij is een hype, die wel weer over gaat,” denken de leiders van het volk. Daar zit wat in. De mensenmassa is gevoelig voor de laatste mode. Maar het evangelie kijkt anders tegen de dingen aan. Waar het water samenvloeit op de laagste plaats, daar is Jezus te vinden. Hij zoekt de zorgen van de mensenmassa op. En omdat hij hen zoekt, weten ze hem te vinden.

De Bergrede, waarvan het evangelie van deze zondag een deel is, begint beneden. Het begint allemaal met het zien van de mensenmassa, daar beneden. Dat zien van Jezus is meer dan een kijken naar. Hij blijft geen buitenstaander. Hij ziet de zorgen die de mensen met zich dragen. Hij ziet het tekort. Hij ziet de pijn van afgewezen zijn. De mensenmassa heeft voor hem een gezicht. Met dat hij de massa aanziet, wordt die voor hem tot een volk waarin ieder mens telt. De mensen met dat gat in hun ziel worden bijna letterlijk opgetild. Hij neemt hen mee de berg op. Om hen aan God op te dragen.

Als Jezus zegt: “Maak je geen zorgen over jezelf.”, spreekt niet de goeroe die alles beter weet en onaangedaan zijn wijsheden uitvent. Hier spreekt de Heer die zegt: “Jij bent van mij. Uit naam van God: jouw zorgen zijn de mijne. Ze zijn niet meer van jou alleen. Ik ben er bij als jij je geen raad weet. Daarom: Maak je geen zorgen over jezelf.”

Dat is iets anders dan het breed gepropageerde geloof in zelfredzaamheid. Maar het is ook anders dan het geloof in een God die zegt: “Ga maar zitten. Je hebt je beurt gehad en je hebt er niets van gebakken. Maar maak je geen zorgen: ik ruim voor altijd de rommel voor je op. En jij mag me voor eeuwig dankbaar zijn.” In beide gevallen mogen jouw kwetsbaarheid en tekort er niet zijn. Ze worden weg gemoffeld. En jij erbij.

Maar hoe zit het dan wel? Ligt de waarheid dan ergens in het midden tussen zelfredzaamheid en Gods redzaamheid? Waar moeten we het koningschap van God zoeken? En waar zijn gerechtigheid? Laten we afspreken, voor we ons gek zoeken, dat we bij Jezus in de buurt blijven. Want ver bij hem vandaan kan het niet zijn. En ook niet ver bij ons vandaan. Want had hij ons niet opgezocht, nog vóór we hem zochten? Ja, is dat niet het kenmerk van Gods koningschap, dat hij ons heeft gevonden waar wij in alle eenzaamheid worstelden met onszelf?

Een van de redenen waarom het ons moeilijk valt Gods koningschap te ontdekken, is dat wij het zoeken in zijn majesteit en zijn ongeëvenaarde grootheid. Wij zoeken een God die alles kan en die zich onderscheidt van ons gemodder. Maar de lezing uit Jesaja zet ons op een ander spoor. Waar Sion zegt: “De HEER heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.” (Jes. 49:14), daar is Hij rakelings nabij. Hij onderscheidt zich niet van een geschonden mens. Maar Hij bindt zich aan hem.

Hij doet dat zoals een moeder dat doet. Kijk naar een vrouw die zich concentreert op haar kind, zegt Jesaja. Haar zorgende aandacht schept voor het kind de ruimte om tegenslagen te incasseren en zichzelf niet te verliezen. Ze heeft niet de macht om het lijden buiten de deur te houden, laat staan de almacht om alles in een keer recht te zetten. Maar ze heeft de liefde waarmee ze instaat voor het kind. Wat ook zijn zorgen zullen zijn, welk gat er ook geslagen wordt, er is een stem die in het kind is gaan zitten. Een moederstem, die zegt: “Ik vergeet jou nooit!” (Jes. 49:15) Tussen zelfredzaamheid en Gods redzaamheid laat zich God de Moeder zien: “Ik vergeet jou nooit!”

Het is haar stem die we uit Jezus’ mond terug horen: “Maak je geen zorgen over jezelf.” Hij zegt niet dat er geen reden is tot zorg. Sterker nog, hij weet dat het wel zo is. Hij heeft het gezien, hij heeft het gehoord, hij heeft het ervaren toen hij de mensenmassa aanzag en zich aan hen verbond. Maar hij weet van een stem die alles draagt: “Ik vergeet jou nooit!” en die elk schepsel met elkaar verbindt. Dit fundament van alle leven is niet van steen en niet uit stelligheden opgebouwd. Het is zorgende liefde die alles draagt. Daarin toont zich Gods koningschap.

IV

Wees goed voor de aarde. Een andere plek om de zorgende liefde te oefenen is er niet. Weet je verbonden met al wat leeft. Waar dat gestalte krijgt, daar wordt Gods koningschap zichtbaar.

In de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest

(die als een moeder over ons waakt.)

Amen

 


Copyright © 2009-2012 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.

 

 
festivalvandegeest