|
Exodus 34: 4 – 9
2 Korintiërs 13: 11 – 13
Matteüs 28: 16 – 20
I
We vieren vandaag zondag Trinitatis: de zondag van de heilige Drie-eenheid – Vader, Zoon en heilige Geest. In die Naam zijn wij gedoopt. Een Naam die hoog gehouden wordt in de kloosters tijdens de gebedsdiensten: “Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu, en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.” Een Naam die het Woord omvat dat vanaf de kansel heeft geklonken: “In de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen”
Paus Johannes Paulus II zei over de Drie-eenheid: “In de diepte van ons bestaan, waar zelfs onze starende blikken niet binnen kunnen dringen, zijn de Vader, Zoon en heilige Geest één God in drie personen, aanwezig door genade. Vrij van alleen een droge intellectuele waarheid, is het mysterie van de Drie-eenheid het leven dat in ons verblijft en ons draagt.”
Wolken wierook hangen om die Naam. Misschien slaat het u op de longen en krijgt u het er benauwd van. Te veel de God van de kerk, te weinig die van mensen. Buiten de kerk om zijn er zo veel mensen op zoek naar God en naar zingeving. Ze steken kaarsen aan. Ze doen aan meditatie. Ze zoeken wijsheid, soms ver buiten de deur. Wat moeten zij met de Drie-eenheid? En wat moeten wij er nog mee? Wat valt er aan de Drie-eenheid te beleven? Is die in de Protestantse kerken inderdaad niet verworden tot een droge intellectuele waarheid? Een hersenkraker, die het gesprek met moslims en met joden onnodig moeilijk maakt. Wordt het niet tijd deze kerkelijke constructie bij te zetten in de vitrinekast, voordat de kerk zelf een museum wordt?
II
Mij intrigeert wat Johannes Paulus II over de Drie-eenheid zei: “In de diepte van ons bestaan, waar zelfs onze starende blikken niet binnen kunnen dringen, zijn de Vader, Zoon en heilige Geest één God in drie personen, aanwezig door genade.” Stel nou eens dat het hier niet gaat om diepte die je wordt aangepraat en genade die je wordt aangesmeerd, verhuld in wolken wierook.
Stel nou eens dat het om de diepte gaat, waar een mens geen weg mee weet: Eenzaamheid die geen uitgang kent. Armoede zonder perspectief. Stress die maar aanhoudt. Zinloosheid waarin de dagen zich aaneen rijgen. Blikken van anderen kunnen niet peilen wat jij doormaakt. Ze willen misschien wel, maar ze kunnen niet. Ze zien jou wel, maar niet de diepte waarin je verdwijnt. “Pas goed op jezelf,” voegen ze je toe. En laat dat nou net de kunst zijn, die jij niet meer verstaat.
Stel nou eens dat in die diepte, waar een mens geen weg mee weet, de Drie-eenheid jou omwonen wil – die God waar een mens ook geen weg mee weet. Dus niet de God die jij je wenst en waar je wanhopig naar hebt gezocht, zoals velen met jou. Maar die Ene die zich niet denken laat; die weg wandelt uit jouw wensen en die ontsnapt aan jouw religieuze beleving; die in jouw diepten een gemeenschap sticht – die van Vader, Zoon en Geest. Zodat je niet meer hoeft te ontkomen. Want je bent ontkomen. Je bent thuis. Al dat gezoek naar God en naar zin, is het niet één grote poging om op eigen kracht tegen de steile wand omhoog te klimmen, tot jij jouw hemel hebt bereikt? Het hoeft niet meer.
III
In het slot van het Matteüsevangelie geeft Jezus zijn leerlingen de opdracht op weg te gaan en alle volken tot zijn leerlingen te maken, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en heilige Geest. Algemeen wordt aangenomen dat deze formule, waarin Vader, Zoon en heilige Geest in één adem genoemd worden, al heel vroeg in de kerk werd gebezigd. Dat deze terug gaat op een woord van Jezus lijkt niet erg waarschijnlijk. Maar daarmee is de Drie-eenheid nog geen B- of C-merk geworden. Het is een gelovige poging geweest om te verstaan hoe het nou precies zat tussen Jezus en God. Ver voor het een intellectueel struikelblok werd, was het een poging om het geheim te duiden van die onlosmakelijke band tussen Jezus en Abba Vader.
Dat het ‘Vader, Zoon en heilige Geest’ niet het hocus pocus is van priesters en van dominees, blijkt uit de keuze van Matteüs om de opgestane Jezus de bron van dit woord te laten zijn. En hoewel er sprake is van een berg, waar Jezus zijn leerlingen ontboden heeft, is dat niet het verhoogde altaar van waar de priester zijn machtig werk verricht of de kansel in de Nieuwe Kerk waar de dominee bezit neemt van het heilig Woord.
Die daar staat is de Gekruisigde. Hij, die – om met Johannes Paulus II te spreken – in de diepte van ons bestaan is gekomen, “waar zelfs onze starende blikken niet kunnen komen”; de starende blikken van pausen en prelaten. Wie iets wil begrijpen van het geheim van Vader, Zoon en heilige Geest, moet de diepte van ons bestaan onder ogen zien. Dat is de ratrace die jou uitgeput achter laat. Dat is de eenzaamheid die jou gevangen houdt. Dat is de armoede die jou ten deel valt als jij je marktwaarde verloren hebt. Dat is de macht die jou heeft uitgekleed waardoor je het levenslang niet meer warm kunt krijgen. Daar zoeken Vader, Zoon en Geest hun thuis omdat ze jou willen omwonen.
Als Jezus zegt: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde” (vers 18), dan is dat een macht die een geschonden mens bekleedt met waardigheid. Macht die uit is op de opstanding van de mens. Het tafereel op de berg lijkt op het tafereel waarin de duivel op een zelfde berg aan Jezus alle koninkrijken van de aarde liet zien en tegen hem zei: “Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.” (Mat. 4:9)
Tegenover de macht die corrumpeert en over lijken gaat, staat de macht van de Gekruisigde en Opgestane. De berg waarop Hij staat weerspiegelt de diepte waarin Hij bij ons is. Hij wilde alleen de HEER God aanbidden en hem vereren. Maar daarvoor moest hij, wist hij, bij de mensen in hun diepten zijn. Daar leerde hij Abba Vader zeggen tegen God. Daar wist hij zich met hem verbonden in een liefde die alle verstand te boven gaat. Liefde die een plek open hield voor mensen zonder thuis, zonder geld, zonder waardigheid. Liefde, die een kracht in zich is – het zorgzaam ademen van de Geest. Op de berg manifesteert zich de macht van deze liefde. Alle koninkrijken van de aarde zullen haar kennen.
In het slothoofdstuk van het Matteüsevangelie krijgen de leerlingen tot drie keer toe te horen dat ze naar Galilea moeten gaan en dat ze hun Heer daar zullen zien. Niet in Jeruzalem, waar godsdienst zich heeft weten te vestigen in schoonheid en in zeker weten, maar in Galilea – ‘Galilea van de heidenen’ (Mat. 4:15), regio waar de dagloners wonen; waar volgens de profeet Jesaja het volk in duisternis wandelt. Ver weg van het centrum van de macht. Maar niet ver weg van God, die de diepte van het bestaan heeft opgezocht en zich daar wil laten kennen.
De leerlingen worden op weg gestuurd om overal op de wereld de diepten op te zoeken. Niet als weldoeners, maar als mensen die de gemeenschap zoeken met hen die alle hoop verloren hebben. Om hen te verkondigen dat God hen omwoont; dat zij welkom zijn in de gemeenschap van Vader, Zoon en heilige Geest. Dat weldoen gaat vervolgens vanzelf, over en weer. Dat de doop de initiatierite van de kerk geworden is, heeft daar alles mee te maken. Van nieuwe lidmaten van de kerk wordt niet gevraagd om naar God op te klimmen en lijf en ziel open te halen aan de steile wand die de diepte kenmerkt. Hen wordt gevraagd los te laten, de eigen verlorenheid serieus te nemen, om vervolgens te ervaren dat God met hen in de diepte is en hen zal redden met zijn liefde.
IV
Je kunt in de kerk het dogma van de Drie-eenheid opruimen omdat het onverstaanbaar is geworden voor moderne mensen. Je kunt er schouderophalend aan voorbij gaan – iets dat massaal gebeurt. Zo groot is het verschil niet tussen kerkelijke en niet-kerkelijke modernen.
Je kunt ook op zoek gaan naar het geheim dat gevangen geraakt is in de dode taal van de kerk. Om het daaruit te bevrijden en het in vreugde opnieuw te ontvangen. Dat is wat we vanmorgen hier doen. Boven aan de agenda van de kerk zou niet moeten staan het verpakken van haar boodschap in Jip en Janneke-taal. En zeker ook niet het noest vasthouden aan de Tale Kanaäns van de traditie – dat vasthouden is een religie op zich. Nee, het gaat om het herontdekken van geloofsgeheimen. En dat kan de kerk niet als ze blijft zitten waar ze zit. Het herontdekken gaat gelijk op met je op weg laten sturen door je Zender, enkele reis de wereld in.
En waar de kerk zich verbindt met mensen, die verloren lopen (net als jij), daar zal ze ook opnieuw de kracht ontdekken van de gemeenschap van Vader, Zoon en Geest die haar omwoont. Tot er geen verschil meer zijn zal tussen gemeenschappen van mensen en de gemeenschap van de Drie-eenheid: “God alles in allen” (Kol. 3:11).
In de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen
|