|
Inleiding (Lianne Bleker)
Op reis
Dat is het thema dat deze dienst heeft meegekregen. Zo aan het begin van de zomervakantie niet een heel raar thema. Velen gaan op reis, zijn op reis of zijn al geweest. Een reis heel ver weg, of juist dichtbij, het gaat niet alleen om de bestemming maar ook om de reis zelf. Onderweg naar je doel, kun je van alles achterlaten, even niet aan je werk denken, even niet studeren, even de zorg om de ander overdragen aan iemand anders, even tijd voor jezelf. Of misschien juist tijd voor de ander, de ander die je in de loop van het jaar net even te weinig aandacht gaf, opgeslokt als je wordt door het leven van alle dag.
Voor deze dienst hebben we ons laten inspireren door het boek Zomerstilte van Jan de Jongh. Hij schreef een boek over de pelgrimage, de reis in oorsprong, zeg maar.
Hij schrijft onder andere het volgende:
De meeste reizigers, zelfs de zogenaamde massatoeristen, dragen op de bodem van hun ziel het verlangen, de droom. ‘Dat wat wij zagen met onze vroegste ogen…’. We verlangen naar de volmaaktheid, de zin, het Andere, het mysterie, het rijk van God, het vrederijk, een berg waar de profeten alle paden van de volken zagen samenkomen – welke naam je het ook maar wilt geven. Kortom het verlangen. De reis is een beeld van het ervaringsproces van een mensenleven.
In veel verhalen en legenden van de volken gaan mensen op reis. Het zijn zoektochten… In die ontelbare verhalen vertellen wij de eeuwen door ons eigen levensverhaal. Ons leven is een reis gelokt door verlangen. Vooral de pelgrimage naar de heilige plaats is als een verkorte levensreis.
Jan de Jongh heeft voor alle onderdelen van de reis een liturgie gemaakt. Voor de dienst van vandaag hebben we gekozen voor een van deze onderdelen, de weg. Voor ons synoniem met de reis. De weg is een heel krachtig beeld. De weg maakt de tocht mogelijk, hij is gegeven, en tegelijk ontstaat de weg onder onze voetstappen. De weg vraagt telkens keuzes. Er zijn oriëntatiepunten, maar die brengen ook soms in verwarring: zijn we op de goede weg of lopen we in een kringetje rond?
Op bepaalde momenten van je reis is het goed om even stil te staan, gewoon om even na te denken, te genieten of je af te vragen of je op de goede weg bent. In de dienst van vandaag zitten ook enkele van deze stiltemomenten, momenten van rust om daarna weer verder te kunnen, op weg naar de plaats van aankomst.
Ik wens u een goede reis!
Psalmgebed
Deze dienst heeft de vorm van een gebedsdienst. Die vorm past bij het thema. Wie op reis gaat, neemt niet heel zijn hebben en houden mee. Veel woorden laten we vanmorgen thuis. De versobering dient de concentratie. Psalmen in de vorm van een gebed horen hij het reisgerei. Dat zijn vanmorgen de pelgrimspsalmen 121, 128, 122.
Uitleg van het thema
“Hebben we alles?” “Niets vergeten?” Het zijn de bekende vragen die we onszelf stellen als we op reis gaan. Ze staan onder een zekere spanning. Spanning waar we misschien wel juist van af willen als we op reis gaan. Maar ja, loslaten gaat niet vanzelf.
“Hebben we alles?” Nee, gelukkig niet. Je gaat immers op reis, ook om dingen achter je te laten. “Niets vergeten?” Hopelijk wel. Want je bent toe aan ruimte in je hoofd en in je ziel. Maar spannend is het wel. Kun je wel zonder alles? En wat zal de ruimte doen met je hoofd en met je ziel? Op reis gaan is ook uit je doen raken. In dat opzicht kan sleur een zegen zijn. Wie thuis blijft bij zijn bekende zelf en de eigen bedoening, komt niet gauw voor verrassingen te staan.
Wie op reis gaat ontmoet niet alleen nieuwe werelden, maar komt vaak ook zichzelf tegen. Nieuwe ervaringen houden je een spiegel voor. Ze stellen vragen aan de keuzes die je in je leven hebt gemaakt en aan de patronen waarin je normaliter gaat en doet en denkt. Op reis gaan is geweldig, maar niet alleen maar leuk. (Dat zit al in het woord ‘geweldig’) Heimwee kan er zo maar zijn. Het gemis van thuis dat aan je vreet. Maar een deel van het wee, van de pijn, wordt waarschijnlijk ook veroorzaakt door het nieuwe en onbekende dat vragen stelt aan het oude en het bekende; vragen waarmee je geen weg weet.
Wie op reis gaat, kan ook God op een andere wijze gaan ervaren. In de bedoening thuis heeft God in je ziel een vast plekje ingenomen. Niet dat er thuis geen vragen zijn of twijfels, maar je weet ongeveer in welk hoekje van de ziel je God moet zoeken. In dat vaste hoekje neemt God bijna vaste vormen aan. Je weet ongeveer wel wie Hij is. Hij is je vertrouwd. Wie op reis gaat en gaandeweg loslaat wat hem of haar gevangen houdt en wat zo vertrouwd is tegelijkertijd, die staat open voor het Geheim.
Loslaten kan alleen in het vertrouwen op het Geheim. Ik spreek het woord uit met een grote ‘G’. Want het is het Geheim van ‘God zegene de greep!’ Het is het Geheim dat ruimte maakt voor verdriet om de dingen en de mensen die voorbij gegaan zijn en die je nooit hebt kunnen missen, en ruimte maakt voor het verlangen om je eigen weg te vinden zonder hen en voorbij aan het oude en vertrouwde. Het is het Geheim dat liefde ademt en nabijheid, zonder dat het vaste vormen aanneemt. Maar nog nooit was je zekerder van God dan nu.
Vanmorgen horen we het verhaal van Elia die zijn laatste reis maakt. En van Elisa die hem zo ver mogelijk vergezelt omdat hij moeite heeft om zijn meester los te laten. Het is het verhaal van het afscheid van Elia, maar ook het verhaal van de volwassenwording van Elisa. Het verhaal vraagt: wat blijft, wat neem ik mee onderweg, wat is de moeite waard om door te geven?
Het is een heel persoonlijk verhaal. Eén van ‘ik worstel en kom boven.’ Als het afscheid daar is, roept Elisa uit: “Vader, vader! Strijdwagens en ruiterij van Israël!” Hij moet de grote profeet loslaten, maar wat blijft is de kracht van de profetie die blijft en met hem gaat, nu Elisa de weg alleen moet gaan. Ondanks het afscheid van een verleden en de dood van die ons voorgingen, gaat de beweging door. Wij gaan een tijdje mee op de weg met de mantel van hen die ons voorgingen om de schouders.
Dankgebed en voorbeden
Ik wil u vragen om te gaan staan i.v.m. een overlijdensbericht: Op 19 juli jl. is overleden Grietje Noorda – Beving op de leeftijd van 85 jaar. Ze woonde Achter de Wal 22 en werd de laatste maanden verpleegd in Ebbingepoort. Gisteren hebben we tijdens een dienst in de aula van de Selwerderhof afscheid van haar genomen.
En dan dit: Vrijdag werd onze wereld opgeschrikt door de terreurdaad van een 32 jarige Noorse man, die zorgvuldig gepland dood en verderf zaaide. De meeste slachtoffers maakte hij onder jonge mensen in de knop, klaar om de toekomst binnen te wandelen.
We tellen 92 doden. Maar wat we nog niet kunnen meten is de verbijstering. “Hoe kan het zo ver komen?” Elk afgepast antwoord op die vraag komt te vroeg. En toch. Toch is er een stem die zegt dat niet de angst zal heersen – de angst voor wie anders is dan jij, de angst voor het verlies van antwoorden die maakt dat je met de rug naar morgen toe gaat zitten, de angst dat je in je eentje verloren raakt. Er is een stem die zegt dat er toekomst is, dat het een lange reis zal zijn met veel obstakels op de weg, maar dat er toekomst is. En dat die toekomst wordt gebouwd door eenlingen die hun angsten overwinnen en opnieuw leren verstaan wat het betekent: “Heb je naaste lief. Hij is als jij.” Eenlingen die niet wegduiken achter de dijken, maar elkaar een hand geven als ze in de wind staan op de dijk en dreigen te worden weg geblazen. Eenlingen die pelgrims worden op de weg naar morgen.
Wat ons nu te doen staat is bidden. Dit is niet de plek en het uur voor kloppende antwoorden. Dit is de plek en het uur van gebed.
Als ik kon, zou ik nu het “In Paradisum” willen zingen. Ik zou het willen zingen voor al die jonge mensen die er niet meer zijn, voor de 92 doden. En ook voor Gré Noorda. Maar ik kan het niet zingen. En daarom zal ik het uitspreken, namens u en voor God:
Naar het paradijs mogen u de engelen geleiden, de martelaren u ontvangen bij uw aankomst en u voeren naar de heilige stad Jeruzalem. Moge het koor van engelen u ontvangen en moogt u met Lazarus, die eens arm was, de eeuwige rust bezitten.
Levende God, hoe zwaar is loslaten, hoe zwaar is afscheid nemen, hoe zwaar soms voort te gaan.
Geef ons de moed om achter te laten wat ons verlamt en toesluit of onze gang vertraagt.
Laat ons zien waar het op aankomt wat waard is mee te dragen op onze weg door de tijd.
Samen met uw pelgrimerend volk vertrouwen wij ons toe aan U, Levende God, nabij en liefdevol geheim.
Wees er in de verbijstering en het diep verdriet, kwetsbaar en machtig tegelijk.
God, laat er ruimte groeien bij wie hun boeltje pakten en op reis gingen.
Laten er mensen zijn langs de levensweg die ongevraagd een beker koud water aanreiken als ziel en lichaam droog vallen en heimwee toeslaat.
Laten er momenten van intense vreugde zijn die er nooit zouden zijn geweest als we waren blijven zitten – de vreugde om een nieuwe koers die zich aandiende.
Laat de pelgrimsliederen klinken. Laat ze gaan van mond tot mond, van moeder op zoon en van vader op dochter.
Levende God, wees de metgezel van wie op reis zijn door de tijd zonder nog van hun plaats te kunnen komen omdat de vitaliteit van weleer er niet meer is. Ouderen die zich dagelijks moeten oefenen in de kunst van het loslaten. Zieken zonder de doorgaans zo vanzelfsprekende gezondheid.
En leve de vakantiegangers, God! Zegen hen met de broodnodige ontspanning. Om er bij thuiskomst weer van uit te kunnen delen.
En leve uzelf, God!, nabij en liefdevol geheim. Omwoon ons in de stilte van dit moment ……………………………… Onze Vader in de hemel
|