|
Dit is de eerste dienst in een serie van drie, waarin historische preken opnieuw worden uitgesproken. In 2007 verscheen de bundel preken: “Van God gesproken – de mooiste preken sinds de Bergrede”. De preken zijn bijeen gezocht door Jaap van der Laan (emeritus hoogleraar ‘preekkunde’ aan de Protestantse Theologische Universiteit). Drie kortere preken daaruit heeft ds. Veldman geselecteerd voor vandaag en voor de komende twee zondagen. Vandaag is de kansel voor Aurelius Augustinus (354 –430) met een preek over ‘nederig van hart’ bij Matteüs 11: 28 – 30. Augustinus geldt als de grootste theoloog van de westerse kerk van de oudheid. Deze leraar in de retorica, geboren in het huidige Algerije, bekeerde zich onder invloed van bisschop Ambrosius en liet zich dopen. Hij werd priester en later bisschop in zijn geboorteland. De vertaling van de preek is gemaakt door het Augustijns Instituut (Eindhoven).
~
“Leer van mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart” Matteüs 11: 28 – 30
Alsof de Heer tijdens een bijeenkomst van het hele menselijk geslacht opstaat, roept zijn mond, bazuin van rechtvaardigheid en waarheid, uit: “Kom bij mij, allen die afgemat en belast zijn, en ik zal u verkwikken. Neem mijn juk op en leer van mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is aangenaam en mijn last is licht.”
Wie niet afgemat is, hoeft ook niet te luisteren. Wie wel afgemat is, kan beter wel luisteren: “Kom bij mij, allen die afgemat en belast zijn,” zegt hij. Waarom? “Omdat ik u zal verkwikken.”
Iedereen die afgemat en belast is, zoekt verkwikking en verlangt naar rust. En wie is er nu niet afgemat in deze wereld? Kan iemand mij zeggen wie er niet afgemat is van het werken of van het piekeren? De arme is afgemat van het werken, de rijke omdat hij streeft naar behoud. En omdat hij ook nog winst wil maken, is de rijke nog veel meer afgemat. Je draagt dus in feite je eigen last: de zonden waaronder je gebukt gaat. En toch probeer je je te verheffen, ondanks het enorme gewicht van de zonden. En je trots zwel op, ook al ben je zwaar beladen.
Daarom zegt de Heer… Nou, wat zegt hij? Juist: “Ik zal u verkwikken. Neem mijn juk op en leer van mij.” Wat kunnen we dan van u leren, Heer? Wij weten dat u in het begin het Woord was, en dat het Woord bij God was, en dat het Woord God was. Wij weten dat alles door u is gemaakt, het zichtbare en onzichtbare. Wat kunnen wij van u leren? De hemel ophangen? De aarde vastzetten? De zee uitspreiden? De lucht uitspannen? Alle vier de elementen van de bijpassende levende wezend voorzien? De tijdperken ordenen? De afwisseling in de jaargetijden aanbrengen? Is dat wat wij van u kunnen leren? Of wilt u ons misschien leren wat u op aarde hebt gedaan? Wilt u ons dat leren? Dan kunnen we van u leren hoe we melaatsen moeten reinigen, hoe we demonen moeten uitdrijven, koortsen verjagen. De golven van de zee tot bedaren brengen, doden tot leven wekken… “Niets van dat alles,” zegt hij. Maar wat dan wel? Zachtmoedigheid en nederigheid van hart.
Schaam je, trotse mens, schaam je voor god. Het woord van God zegt, God zegt, de Eniggeborene zegt, de Allerhoogste zegt: “Leer van mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart.” Zijn hoge majesteit is afgedaald naar de nederigheid. En dan durf jij, mens, je nog op te blazen? Mens, kom tot jezelf, breng jezelf terug tot de nederigheid van Christus en blaas jezelf niet op tot je van trots uit elkaar barst.
Zojuist nog werd de psalm gezongen: “Wie is als de Heer, onze God? Hij woont in de hemel, ziet om naar het nederige.” Zojuist nog werd daar “Halleluja” op geantwoord. Als God naar je omziet, laat hij je dan in nederigheid vinden. Want dan veroordeelt hij je niet. Dat heeft hij zelf gezegd. Dat heeft hij zelf tijdens die bijeenkomst verklaard. Tot dit heil heeft hij zelf het hele menselijk geslacht geroepen: “Leer van mij,” zegt hij. Niet om een schepping te scheppen moet je bij hem in de leer komen, maar om zachtmoedig te worden en nederig van hart.
Hij was in het begin. Kan het verhevener? Het Woord is vlees geworden. Kan het nederiger? Hij heerst over de wereld. Kan het verhevener? Hij hangt aan een kruis. Kan het nederiger? Als hij zoiets voor jou heeft gedaan, mens, hoe durf je je dan nog te verheffen, hoe durf je je dan nog op te blazen? Arrogant, dat is wat je bent. God is nederig, en dan durf jij nog trots te zijn?
In de psalm staat dat de Heer, hoe verheven hij ook is, omziet naar de nederige. Daarom zeg jij misschien: “Naar mij ziet hij niet om.” Kan er iemand ongelukkiger zijn dan jij, als God niet naar je omziet, maar op je neerziet? Achter omzien naar zit medelijden. Achter neerzien op zit verachting. Omdat er staat dat de Heer alleen de nederige ziet, denk je misschien wel dat je je voor hem kunt verbergen. Want je bent niet nederig! Je bent verheven, je bent trots.
Je kunt je hier op aarde niet voor de ogen van God verbergen. Kijk maar wat hij in de psalm zegt: “De Heer is verheven.” Jazeker, verheven. Ben je soms op zoek naar een ladder om bij hem te kunnen komen? Zoek dan liever naar het hout van de nederigheid, dan ben je al bij hem. De Heer ziet de nederige, hoe verheven hij ook is. Maar de verheven doorgrondt hij van verre, want denk maar niet dat iemand die trots is zich kan verbergen. God doorgrondt hem, ja, maar van verre. De zondaar staat mijlenver van zijn heil.
En de nederige dan? Die staat er vlakbij. Wat heeft de almachtige dat wonderbaarlijk slim bedacht! God is verheven en ziet van vlakbij om naar de nederige, die laag is. De trotse is hoog en God in zijn verhevenheid doorgrondt hem van ver. Als je je hart vermorzeld hebt, is de Heer nabij, hij zal de nederige van geest bevrijden.
Dus, broeders en zusters, laat de trots niet tot een gezwel worden, maar indrogen. Wees er beducht voor, probeer er vanaf te komen. De nederige dat is de christen die door Christus gezocht wordt, door Christus in de hemel, Christus met ons, Christus in de onderwereld, niet om daar in de onderwereld vastgehouden te worden, maar om daar verlossing te brengen.
Zo’n leider hebben wij. Terwijl hij aan de rechterhand van de Vader zit, brengt hij ons van de aarde bijeen, de een zus, de ander zo. De een staat hij bij, de ander tuchtigt hij; de een maakt hij blij, de ander pijnigt hij. Laat hij die bijeenbrengt, ons bijeenbrengen. Laat hij ons bijeen brengen, want dan gaan we niet verloren. Laat hij ons daar bijeenbrengen, waar we niet verloren kunnen gaan, het land van de levenden, waar verdiensten worden beloond en waar rechtvaardigheid wordt gekroond.
In de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
Amen.
|