Home Overwegingen Zondag 11 september 2011 - ds. Evert Jan Veldman
Zondag 11 september 2011 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 11 september 2011 19:12

Exodus 32: 7 – 14

Matteüs 18: 21 – 35

I

In een justitiële jeugdinrichting wordt een jonge dader geconfronteerd met zijn slachtoffer, een oude dame. Zijn familie is er bij en ook de hare. De jongen heeft geprobeerd de oude dame te beroven. Zijn vader zegt dat hij zich voor hem schaamt. Zijn moeder is in tranen: “Kijk nou eens wat jij die aardige mevrouw hebt aangedaan.” De jongen trekt wit weg, staat op en zegt: “Mevrouw, mag ik u een hand geven? Ik heb er zo’n spijt van.” – een onhandig ‘sorry’ dat recht uit zijn hart lijkt te komen. Zijn vader biedt aan de oude vrouw een schadevergoeding te betalen, maar die wil daar niets van weten. “Ik zit hier niet om het geld,” zegt ze. “Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.”

II

Er wordt vandaag om het hardst geroepen om strengere straffen. Dit verhaal past daar niet in. Maar neemt het daarmee minder serieus wat deze dader zijn slachtoffer heeft aangedaan? De oude vrouw voert geen moreel hoogstandje op. Ze is geraakt door wat er is gebeurd. Ze heeft schade opgelopen. Die pijn hoor je terug als ze zegt: “Ik zit hier niet om het geld. Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.” Geld vergoedt de schade niet die zij heeft opgelopen aan haar ziel. Nee, laat het in godsnaam goed komen met die jongen.

Het gekke is, je snapt wat hier gebeurt. Maar als je het uit wilt leggen, krijg je de redenering niet rond. Er zit een andere logica achter dan die van het hoofd. De vrouw redeneert vanuit haar kwetsbaarheid, haar hart, haar baarmoeder. En met haar eigen pijn peilt ze de toestand van de jongen en weet ze glashelder waar het nu om gaat: “Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.”

Wie even afstand neemt om het hoofd er bij te houden, vraagt zich af of je zo het lek wel boven krijgt. Die jongen is niet de enige. Er komt geen eind aan de geweldsdelicten. Hoe vaak vervallen jonge daders niet in dezelfde fout? Hele buurten maken ze onveilig. Zulke jongeren verstaan alleen de taal van strenge straffen. Als er niet krachtig paal en perk wordt gesteld, wordt het onleefbaar in de publieke ruimte.

Zo worstelen compassie en gezond verstand in een en dezelfde mens om gezag.

III
Dat gebeurt ook bij de koning uit het verhaal van Jezus. Niet zo maar een verhaal, maar een verhaal dat gezag opeist over onze wereld. Geen heilig huisje laat het heel. Gods koningschap dat onze wereld uit haar voegen tilt is aanstaande.

In het verhaal wint de compassie het van het gezond verstand. Beter gezegd: het gezond verstand wordt dienstbaar aan de compassie. De compassie stelt paal en perk aan de vergelding en niet andersom. Wat er zich in die koning afspeelt, lijkt op wat er zich afspeelde in de ziel van de oude vrouw als zij oog in oog staat met haar jonge belager en verzucht: “Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.”

Jezus vertelt het verhaal van een koning die afrekent met zijn dienaren. Mensen op hoge posten, met privileges en een constante inkomensstroom, die een deel daarvan moeten afdragen aan de koning. Er wordt een man binnen gebracht die de koning tienduizend talenten schuldig is. Dat is een duizelingwekkend hoog bedrag. (Voor die tijd dan. Wij kijken nergens meer van op.) Omgerekend ongeveer twintig miljoen euro. Dat is vijfentwintig keer het jaarsalaris van Koning Herodes. Hoe heeft deze beste man het er ooit doorheen kunnen jassen? Want hij kon niets betalen.

De koning laat niet met zich spotten. Om de schuld in te lossen moet alles wat de man bezit worden verkocht, hijzelf incluis; én zijn vrouw én zijn kinderen. Dat laatste is meer dan waar de wet ruimte voor geeft. De koning gaat daarmee in het voetspoor van krachtpatser Lamech die in een van de oerverhalen in de bijbel tegen zijn vrouwen zegt: “Hoor wat ik zeg! Luister naar mij! Wie mij verwondt, die sla ik dood, zelfs wie mij maar een striem toebrengt. Kaïn wordt zevenmaal gewroken, Lamech zevenenzeventig maal.” (Genesis 4: 23 – 24) Ik noem hem, omdat zijn woorden zo krachtig contrasteren met het antwoord van Jezus op de vraag van Petrus hoe vaak hij zijn broeder of zuster moet vergeven: “Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven.” (vs. 22)

Van de koning wordt daarna gezegd dat hij medelijden kreeg toen hij zijn dienaar, van al zijn waardigheid ontdaan, op de grond zag liggen. “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen,” had hij gezegd. Onmogelijk. Wanhopig.

Medelijden klinkt zo soeverein. Het woord dat het evangelie gebruikt lijkt echter veel meer op dat wat de oude vrouw bewoog, toen ze zei: “Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.” Het is een geroerd worden tot in je organen. Je zou kunnen vertalen: “Zijn buik draaide zich om.” Met de koning gebeurt wat met de vrouw gebeurde: met zijn eigen kwetsbaarheid en gekwetst zijn verbindt hij zich met de kwetsbaarheid en de kwetsuren van zijn dienaren. Hij denkt wat de vrouw hardop zei: “Ik zit hier niet om het geld. Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.”

IV

Compassie is een heilige zaak. Het is geen vanzelfsprekendheid die in onze genen is vastgelegd. Uit het hart van God is de compassie geboren. Duidelijk is dat zowel de oude vrouw als de koning in het verhaal trekken van God hebben. Dat de dienaar van de koning, die alle schuld is kwijtgescholden, in zijn recht staat wanneer hij vervolgens iemand bij de keel grijpt die hem zo’n veertig euro schuldig is, en hem gevangen laat zetten, doet niet langer meer ter zake. Hij heeft de compassie verloochend. Hij heeft het grote gebod opzij gezet dat van jou vraagt de ander tegemoet te treden zoals jij zelf tegemoet getreden wenst te worden. En dat alles vóór Gods aangezicht. Hij zal boeten tot in eeuwigheid.

Wat ik spannend vind is dat het verhaal van de jonge dader en de oude vrouw door Jezus een wereldwijde dimensie wordt gegeven. Het is meer dan een ontroerende geschiedenis van een goed mens op microniveau; meer dan een uitzondering op de doorgaans kille harde realiteit. Compassie raakt aan de discussie over de schuldencrisis in Europa en de wereld. Die dienaar van de koning lijkt op Griekenland, nietwaar? Compassie wil wereldwijd het heft in handen. Maar ze strijdt niet om de macht met alle middelen. Haar kracht ligt in het alledaagse waar een mens, door God aangeraakt, ontdekt: “Ik zit hier niet om het geld. Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.”

“Waar twee of drie in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden,” zegt Jezus. Van daaruit verovert hij de harten en de wereld.

In de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen.

 


Copyright © 2009-2012 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.

 

 
festivalvandegeest