Home Overwegingen Zondag 20 november 2011 - ds. Evert Jan Veldman
Zondag 20 november 2011 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 20 november 2011 14:33

Daniël 12: 1 – 4

1 Tessalonicenzen 5: 1 – 11

I

“U bent allen kinderen van het licht,” schrijft Paulus in zijn brief aan een huisgemeente in de Griekse stad Tessalonica. Hij weet niet dat wij meelezen. Het is ook niet goed te bevatten dat een kleine tweeduizend jaar later mensen zich opnieuw laten aanspreken door zijn woorden. Wij weten ons hier ‘kinderen van het licht’. We waren erbij toen de mensen naar voren kwamen bij het horen van de naam van de gestorvene die hen lief was. We hielden als het ware met hen het kaarsje vast waarmee het licht ontstoken werd bij de naam. In dat ritueel gebeurt er iets. Alsof de onderlinge verbondenheid zo sterk wordt dat de dood van schrik een stap terug doet. De grens vervaagt tussen jou en mij, tussen hen, die er niet meer zijn, en ons die moedig voortgaan. Allen ‘kinderen van het licht’, aangeraakt door het Licht van Christus

Een kwaliteit van kinderen is het vermogen om te spelen. Met verbeeldingskracht zetten kinderen de dingen naar hun hand. Een schuurtje wordt een ridderslot, een zusje wordt prinses. Wie zegt dat het maar spel is, is de kracht vergeten die er van uitgaat. Al spelend eigent een kind zich de wereld toe en vindt daarin een plek waar het zichzelf kan zijn.

Als ‘kinderen van het licht’ spelen wij hier een heilig spel. De wereld die wel wijzer is zegt dat we ons voor de gek houden. De dood doet geen stap terug. Hij schrikt nergens van. Je moet je harden tegen de feiten en je wapenen tegen verdriet. Leven legt het af tegen de dood, vroeg of laat. Het Licht van Christus kan het donker van de dood niet wegnemen. Wij spelen hier de omgekeerde wereld. Het leven strandt niet in de dood. Het licht verdwijnt niet in het donker. Alles wordt hier op de kop gezet: Juichend komt het leven nieuw geboren uit de dood tevoorschijn! Rechtop treedt het uit het donker aan het licht! Daarom hoeven we ons hier ook niet te wapenen tegen verdriet. Het mag er zijn. In dit verband spreekt het Bijbels beeld van de weeën tot de verbeelding. Hoe heftig ook verdriet kan zijn, het kondigt wel de geboorte van een nieuwe dag aan – de Dag van Christus. De dag waarop waar wordt wat wij jaar in jaar uit met Pasen zingen: “De dode zal leven / De dode zal horen: nu leven. / Ten einde gegaan en onder stenen bedolven, / dode, dode, sta op, / het licht van de morgen.” (Oosterhuis)

Deze werkelijkheid kun je alleen maar spelen en zingen, zoals wij hier vandaag doen. Vandaag is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Maar het is geen zondag die in de nacht verdwijnt, hoe donker de dagen van november ook zijn. Het is een zondag die veelbelovend is. De Dag van Christus is aanstaande! Daarom sluit deze laatste zondag naadloos aan bij de eerste van Advent. Verlangen heeft ons aangeraakt. Om het donker te verduren hebben we geen harnas van plaatijzer nodig, geen schild om achter weg te kruipen. Het zijn de zachte krachten die zich op deze zondag manifesteren, die van geloof hoop en liefde. Krachten die een mens oprichten, in plaats van neerslaan. Paulus schrijft: “Laten we nuchter zijn, bekleed met een harnas van geloof en liefde, en met een helm van hoop op heil!” (vers 8) Meer wapens heeft een spelend mens niet nodig.

II

Waarom schrijft Paulus over deze dingen? Omdat de mensen van de huisgemeente in Tessalonica het niet kunnen verdragen dat mensen dagelijks verdwijnen in het duister van de dood. Zij leven met elkaar naar de Dag van Christus toe. Zij spelen de onderste steen boven. Zij spelen alvast deze wereld omgekeerd. Maar als zij uit het raam kijken zien ze met regelmaat de Romeinse garnizoenen gaan. Tessalonica ligt aan de doorgaande weg, die het oosten en het westen van het Romeinse Rijk met elkaar verbindt. Ze zien de harnassen en helmen schitteren in de zon. Ze zien de gebalde vuist van deze wereld, die een orde afdwingt die geen orde is. Onder het vaandel van de Pax Romana (Romeins vrede) worden rijkdommen geroofd en doorgesluisd naar Rome; worden mensen vermoord en tot slaaf gemaakt. Dat zijn de feiten. Een ander spel wordt niet gedoogd. Wat heeft het voor zin om het brood met elkaar te blijven delen, de liefde te leven, de tranen te zien, en hardop te zeggen dat Christus Heer is en niet de keizer? Steeds opnieuw moeten ze hun vermoorde geliefden begraven en sterven de mensen zonder een glimp van de nieuwe morgen te hebben gezien.

III

Paulus heeft er weinig tegenover te zetten. Het duurt allemaal langer dan hij zelf ook verwacht heeft. Het moet hem verward hebben. Maar de verwachting heeft sterke wortels. Paulus is een Jood. Hij heeft van zijn vader en moeder geleerd elke dag te tellen van de avond naar de morgen. Voor een Jood begint de dag met het ondergaan van de zon en het vallen van de avond tot hij uitloopt in een nieuwe morgen met licht dat elke schaduw verdrijft. Het is een eigenwijze wijze van de dagen tellen. Het is blijven zeggen dat de morgen komt.

Hij komt als een dief in de nacht. Hij komt om de rijkdommen van de wereld op te eisen en opnieuw te verdelen. Hij komt om aan het woord te laten wie tot zwijgen zijn gebracht. Hij komt en roep de doden wakker om de nieuwe morgen te vieren. Dat geloof houd je alleen maar vol als je het spel blijft spelen dat alvast een voorschot neemt op die nieuwe morgen. Ga op in dat spel. Want wie weet zul je Christus daar ontmoeten. Misschien kijken we te zeer reikhalzend naar hem uit en zien we hem over het hoofd. Zou hij onverwachts al onder ons zijn, waar wij het brood breken en verdriet delen? Zou hij al onder ons zijn, waar wij vol vreugde de namen roepen van de dopelingen – voor eeuwig aan het licht gebracht? ‘Kinderen van het licht’, speel het heilig spel met verve en blijf elkaar bemoedigen.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen

 


Copyright © 2009-2012 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.

 

 
festivalvandegeest