Home Overwegingen Zondag 8 januari 2012 - ds. Evert Jan Veldman
Zondag 8 januari 2012 - ds. Evert Jan Veldman PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Ds Evert Jan Veldman   
zondag 08 januari 2012 12:12

1 Korintiërs 6: 12 – 15

Matteüs 2: 1 – 12

I

“Alles mag ik!” Zie het vooral als een juichkreet. “Niemand legt mij meer een wet op. Ik ben van Christus. En wie van Christus is, is vrij!” Misschien hebben de leden van de huisgemeente in Korinte dat wel van Paulus zelf gehoord. Het zou me niet verbazen. Want anders dan het vooroordeel dat hij een pausje was van ‘dit mag niet’ en ‘dat mag niet’, hing heel zijn denken, doen en laten, aan de juichkreet: “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn!” (Galaten 5: 13) Die boodschap is aangekomen. De huisgemeente heeft zich als het ware om de juichkreet heen gevormd. Wie van Christus is, is vrij! De leden van de gemeente waren vooral bekeerde stadsbewoners; geen kinderen uit Israël. En ze kwamen vooral uit de maatschappelijke onderlaag – flexwerkers in de haven, sjouwers, slaven, mensen zonder aanzien.

Ze zijn het Paulus na gaan zeggen: “Alles mag ik!” en ze hebben zich in het volle leven van de wereldstad gestort. Want ook de stad behoort Christus toe en niet de keizer en zijn paladijnen en ook niet de havenbaronnen. Heel dat leven van ‘wie doet me wat?’ was een vooruitlopen op het feest van Christus’ wederkomst en zijn machtsovername. Zo toonden zij een nieuw zelfbewustzijn, dat niet beknot werd door machten en krachten die hen klein probeerden te houden.

Paulus krabt zich achter de oren en schrijft de gemeente een brief vanuit de stad Efeze. Had hij het zo bedoeld? We lazen vanmorgen maar een paar verzen van de lezing die op het rooster staat. Daarin blijft Paulus nog het meest fatsoenlijk. Want hij gaat behoorlijk tekeer. De stad lijkt wel één grote hoerentent en vreetschuur, met jullie erbij! Spannend om er achter te komen hoe die uitbarsting zich verhoudt tot de juichkreet “Alles mag ik!” Wat zal Paulus doen? Zal hij de juichkreet voorzien van kleine lettertjes, met het risico dat de kreet aan kracht verliest? Zal hij de vrijheid, die ons in Christus gegeven is, omgeven met paaltjes en prikkeldraad – iets dat de kerk later in ieder geval wel gedaan heeft? Want het is toch het een of het ander: Of alles mag, of niet alles mag.

II

Hoe gaat Paulus met dit dilemma om? Hij schrijft ze niets voor, hij geeft ze te denken. Hij trekt niet in wat hij hen ooit verkondigd heeft: “Alles mag ik!” Hij herhaalt het twee keer en voegt er twee keer iets aan toe. En nu citeer ik even uit de vertaling van de Naardense Bijbel omdat daarin scherp naar voren komt dat Paulus niets af doet van de geloofsuitspraak: “Alles mag ik!” “ ‘Alles mag ik’, maar niet alles is heilzaam. ‘Alles mag ik’, maar ík zal niets de macht over mij geven.” (vers 12)

Toets, telkens als je de vrijheid neemt die jou gegeven is, of je meer mens wordt. Letterlijk vraagt Paulus of het je wat oplevert. Want als dat niet zo is, dan gaat het ten koste van jezelf. En waarom zou je dat willen? Dan tast het je vrijheid aan. Dan wordt het ‘ik’ steeds kleiner en het ‘alles’ steeds groter, tot je er onder bezwijkt. Interessant is het woord dat Paulus gebruikt: “Levert het wat op?”, “brengt het samen?” De leden van de gemeente staan op de onderste sport van de maatschappelijke ladder. Ze worden er tot ‘niemand’ gemaakt omdat dat de keizer en zijn paladijnen het meest oplevert. Alle rijkdom wordt samengebracht in Rome. “Alles mag ik!”, in dat geloof gaan de machten hun eigen gang. Paulus vraagt aan de gemeente: Is dát de vrijheid van Christus? Is dát wat jullie willen: de machten nadoen?

Paulus verankert het “Alles mag ik!” in de christelijke vrijheid. Hij vraagt aan de gemeente: “Toets jezelf. Klopt het nog? Niemand anders dan jij kan op die vraag het antwoord geven. En kijk elkaar daarbij aan. Brengt dat antwoord jullie samen zoals Christus jullie samen brengt? Maakt het ook die ander tot meer mens? Is Christus herkenbaar in jullie midden? Weet je nog dat je met lijf en ziel van Hem bent; dat Hij jouw vrijheid is, dat Hij jou uit de slavernij heeft los gekocht, uit dat ieder voor zich en de uitsluiting van de onderkant voor ons allen; en dat die nieuwe vrijheid jou broeders en zusters heeft opgeleverd in plaats van concurrenten op de arbeidsmarkt?” “Alles mag ik,” schrijft Paulus, “maar ík zal niets de macht over mij geven.” Dus aan jóu is het om antwoord te geven op de vraag of je alles moet doen wat je mag.

III
Is dat niet herkenbaar? Er is gestreden voor een vrije samenleving. Maar dat is ook al weer zo lang geleden dat het “Alles mag ik!” niet meer klinkt als een kreet van vreugde, maar meer als een eis. De aarde putten we uit. We leven op kosten van generaties die komen. Landen in Europa leggen de rotzooi bij elkaar neer en bij de onderkant die zich niet kan verweren, om maar zo lang mogelijk het feest uit te kunnen zitten van “Alles mag ik!” De wereld is, om met Paulus te spreken, een hoerentent en een vreetschuur geworden. De gemeenschap tussen mensen is koopwaar aan het worden. Zorg inkopen is een term die we zo langzamerhand beter verstaan dan de kunst van zorg verlenen. En Morbide Obesitas is een volksziekte aan het worden, waarbij mensen zich in alle vrijheid dood dreigen te eten.

Moet dat nou zo, dominee? Moet het nou daar over gaan? Mag het niet gaan over schoonheid en troost, over de hemel en onze ziel? Ja, alles mag. Maar het is goed om vandaag van Paulus te horen dat niet alleen onze ziel, maar dat ook ons lijf en de aarde waarop wij leven er is voor de Heer en niet voor de hoererij. En neem dat laatste maar overdrachtelijk, zodat u Paulus’ woorden ook ter harte kunt nemen wanneer u netjes op uw gewicht let en u uw geld niet uitgeeft in de Muurstraat. Het gaat om de vraag of de vrijheid, die wij genieten, de vrijheid van “Alles mag ik!”, nog ergens in verankerd ligt, of dat het zo is dat het puur een financiële kwestie is geworden. Een kwestie dus van “Wat levert het mij op?” Mét de financiële crisis waarin Europa zich bevindt, ligt ook de vraag op ons bordje waar het anker van de vrijheid gezocht moet worden. Een vraag waar niemand zich aan kan onttrekken, omdat het om ieders vrijheid gaat.

IV
De troost ligt voor mij in het woord van Paulus: “Het lichaam is niet voor de hoererij maar voor de Heer…” En vooral in wat er op volgt: “… en de Heer voor het lichaam.” Hij trekt zich niet terug in het hiernamaals. Zoals God Hem heeft opgewekt, die ons voorgaat naar Galilea en naar Korinte en naar elke uithoek waar mensen uitgesloten worden van vrijheid, zo zal God hen en ons opwekken door zijn kracht. Dat is de boodschap van het evangelie vandaag.

“Crisis als kans,” zeggen de optimisten. Maar ik zeg u: de opgestane Heer is meer dan een kans. Hij heeft van God de macht ontvangen in hemel en op aarde om bij de lijdende en ontredderde mensen te zijn, om hen te onttrekken aan de macht van de hoerentent en hen tot zijn lichaam te maken – een gemeenschap waarin de zorg voor elkaar en de zorg voor de aarde een nieuwe vrijheid genereert. Een vrijheid waarin ook de minste van de mensen door God wordt opgewekt en tot een nieuw belijden komt: “ ‘Alles mag ik’, maar ík zal niets de macht over mij geven.”

Laat het zó zijn.

Amen.

 


Copyright © 2009-2012 Nieuwe Kerk Groningen. Alle rechten voorbehouden.

 

 
festivalvandegeest