facebook
twitter
logotype
deco

Tranen

Mirjam heeft op televisie dode kinderen gezien. Het is daar oorlog. En oorlog houdt geen rekening met kinderen. Mirjam is boos en verdrietig tegelijk. ‘Hoe kan dat nou? Dat mag toch niet?,’ zegt ze tegen Jezus. Hij slaat een arm om Mirjam heen en gaat dicht bij haar zitten. Mirjam legt haar hoofd tegen Jezus aan. Ze kan zijn hart horen kloppen. Maar een antwoord op haar vragen komt er nog niet. Of toch? ‘Ik zal je een verhaal vertellen,’ zegt Jezus, ‘Het gaat over Elia.’ ‘Wie is dat nou weer?,’ vraagt Mirjam. ‘Elia is een man van God,’ zegt Jezus, ‘Hij ziet wat jij nog niet ziet: Hij ziet Gods nieuwe wereld komen.’

‘Er was een vrouw die haar geld op had, maar wel een kind had waar ze voor moest zorgen. Bij haar klopte Elia aan en hij vroeg of ze ook voor hem wilde zorgen. En de vrouw liet hem er in. Ze bakte pannenkoeken. Het was lekker en gezellig. Ook al wist de vrouw nog niet wat ze morgen eten moesten. Want het geld was immers op.

De volgende dag werd haar kind ziek. Zo ziek dat het dood ging. Elia nam het kind in de armen. Hij knuffelde het. En ondertussen praatte hij tegen God: ‘Dit mag je niet laten gebeuren, God! Dit kind hoort bij jouw toekomst, God! En zijn moeder ook, want zij heeft niks en toch mag ik bij haar logeren!’ Hij knuffelde het kind nog eens en nog eens. En toen, toen ging het leven.’

Mirjam kruipt nog dichter tegen Jezus aan. ‘Wanneer komt de toekomst van God?,’ vraagt ze. ‘Die komt er aan,’ zegt Jezus, ‘Die komt er echt aan.’ Mirjam voelt dat het waar is. Jezus heeft tranen in zijn ogen. Maar dat ziet Mirjam niet. Hoeft ook niet.   

Kinderverhaal 29 september ’13
Lezing: 1 Koningen 17: 17 – 24
In de koffer: tranen bijv. in een klein flesje

Klik op de foto voor het volledige fotoboek